5 februari 2010

Eerste Kamer

08/03654

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], handelend onder de naam [A],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[Verweerder],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 5 januari 2005 ter griffie van de rechtbank Breda, sector kanton, ingekomen verzoekschrift hebben [eiser] en [verweerder] de kantonrechter, op de voet van art. 96 Rv., verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

- Is er tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen?

- Zo ja, is [verweerder] toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst?

- Zo ja, is [verweerder] uit dien hoofde het door [eiser] in rekening gebrachte factuurbedrag van € 8.188,-- en de daarover gerekende wettelijke rente verschuldigd?

De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 19 januari 2005 en 17 augustus 2005, bij eindvonnis van 29 maart 2006 voornoemde vragen bevestigend beantwoord.

Tegen de vonnissen van 17 augustus 2005 en 29 maart 2006 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 15 april 2008 heeft het hof het tussenvonnis van 17 augustus 2005 bekrachtigd en het eindvonnis van 29 maart 2006 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vragen in het petitum van het inleidend verzoekschrift ontkennend beantwoord.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 december 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.