Wijzigingen in deze wet

Faillissementswet op 25-03-2026

Alleen artikelen met een inhoudelijke wijziging worden getoond. De diff gebruikt dezelfde opbouw als op de versie-tab van een artikel.

Faillissementswet

Vergelijking tussen 19-11-2025 en 25-03-2026

6 gewijzigde artikelen

Artikel 212ha

Gewijzigd

Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.

Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V.,N.V. en al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, in staat te worden gehoord alvorens te beslissen optevens de Europese Centrale Bank, onverwijld in kennis van deze aangifte.

De rechtbank beslist niet op de aangifte, bedoeld in het derde lid, voordat:

De Nederlandsche Bank N.V. de rechtbank in kennis heeft gesteld dat zij of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, al naar gelang welke autoriteit bevoegd is, niet voornemens is een afwikkelingsmaatregel als bedoeld in artikel 3A:1 van de Wet op het financieel toezicht te nemen met betrekking tot de bank; of

een termijn van zeven dagen na dagtekening van de kennisgeving bedoeld in het derde lid is verstreken.

Nieuwe tekst
  1. Indien De Nederlandsche Bank N.V. of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, naar gelang welke autoriteit bevoegd is, oordeelt ten aanzien van een bank dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is voldaan, maar dat een afwikkelingsmaatregel niet in het algemeen belang, bedoeld in onderdeel c van dat artikel, is, verzoekt De Nederlandsche Bank N.V. binnen een redelijke termijn de rechtbank Amsterdam het faillissement van de bank uit te spreken.

  2. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.

  3. Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. en al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, tevens de Europese Centrale Bank, onverwijld in kennis van deze aangifte.

  4. De rechtbank beslist niet op de aangifte, bedoeld in het derde lid, voordat:

    1. De Nederlandsche Bank N.V. de rechtbank in kennis heeft gesteld dat zij of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, al naar gelang welke autoriteit bevoegd is, niet voornemens is een afwikkelingsmaatregel als bedoeld in artikel 3A:1 van de Wet op het financieel toezicht te nemen met betrekking tot de bank; of

    2. een termijn van zeven dagen na dagtekening van de kennisgeving bedoeld in het derde lid is verstreken.

Artikel 212hf

Gewijzigd

De bank kan, na in gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van de Nederlandsche Bank N.V. dat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 212ha,18, eerste lid.lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.

Ingeval een bank zich heeft verweerd tegen een oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot dat oordeel heeft kunnen komen.

Nieuwe tekst
  1. De bank kan, na in gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van de Nederlandsche Bank N.V. dat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.

  2. Ingeval een bank zich heeft verweerd tegen een oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot dat oordeel heeft kunnen komen.

Artikel 212ra

Gewijzigd

De volgende vorderingen worden verhaald op de boedel na de vorderingen, genoemd in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en voor de vorderingen van concurrente schuldeisers, in de volgende volgorde:

vorderingen ter zake van gegarandeerdegedekte deposito’s, met inbegrip van vorderingen van het Depositogarantiefonds die op grond van artikel 3:261, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht in de rechten van de depositohouder ter zake van een vordering op de betalingsonmachtige bank is getreden, alsmede vorderingen van het Depositogarantiefonds als bedoeld in artikel 3:265e, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht;

vorderingen ter zake van het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s dat groter is dan het bedrag van de vergoeding dat krachtens artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht is vastgesteld, welke deposito’s worden aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, alsmede van deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden in buiten de Europese Unie gelegen bijkantoren van banken met zetel in de Europese Unie.

Nieuwe tekst
  1. De volgende vorderingen worden verhaald op de boedel na de vorderingen, genoemd in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en voor de vorderingen van concurrente schuldeisers, in de volgende volgorde:

    1. vorderingen ter zake van gedekte deposito’s, met inbegrip van vorderingen van het Depositogarantiefonds die op grond van artikel 3:261, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht in de rechten van de depositohouder ter zake van een vordering op de betalingsonmachtige bank is getreden, alsmede vorderingen van het Depositogarantiefonds als bedoeld in artikel 3:265e, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht;

    2. vorderingen ter zake van het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s dat groter is dan het bedrag van de vergoeding dat krachtens artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht is vastgesteld, welke deposito’s worden aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, alsmede van deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden in buiten de Europese Unie gelegen bijkantoren van banken met zetel in de Europese Unie.

  2. Zowel binnen onderdeel a als binnen onderdeel b van het eerste lid hebben de vorderingen onderling een gelijke rang.

Artikel 212nna

Gewijzigd

Indien⚠ De Nederlandsche Bank N.V. gebruik heeft gemaakt van een bevoegdheid op grond van afdeling 3A.1.5 van de Wet op het financieel toezicht ten aanzien van een entiteit als bedoeld inDit artikel 3A:2, onderdelen c tot en met g, van die wet, is afdeling 11AA, met uitzondering van de artikelen 212k en 212r, van overeenkomstige toepassing op het faillissement van die entiteit.vervallen.Vervallen

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 212oo

Gewijzigd

Afdeling 11AA is, met uitzondering van de artikelen 212k, 212ra, 212rc212ha tot en met 212rf212hi, de artikelen 212k tot en 212nnamet isartikel 212n, en de artikelen 212ra tot en met 212rf, van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht is verleend en, waar van toepassing, op haar bijkantoor in een andere lidstaat.lidstaat, Demet artikelendien 212rc,verstande 212rd en 212rf zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel 1, van de richtlijn marktendat voor financiële«De instrumentenNederlandsche 2014Bank waaropN.V.» artikelwordt 9,gelezen eerste«de lid,Autoriteit vanFinanciële de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen van toepassing is.Markten».

In afwijking van het eerste lid, is afdeling 11AA, met uitzondering van de artikelen 212k, 212ra en 212re van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht met dien verstande dat in artikel 212ha, tweede en derde lid, en artikel 212hb voor «Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V.» wordt gelezen «de Autoriteit Financiële Markten».

De Autoriteit Financiële Markten trekt de vergunning van een beleggingsonderneming bedoeld in het eerste of tweede lid in, indien deze op het tijdstip van de faillietverklaring nog een vergunning heeft.

Nieuwe tekst
  1. Afdeling 11AA is, met uitzondering van de artikelen 212ha tot en met 212hi, de artikelen 212k tot en met artikel 212n, en de artikelen 212ra tot en met 212rf, van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht is verleend en, waar van toepassing, op haar bijkantoor in een andere lidstaat, met dien verstande dat voor «De Nederlandsche Bank N.V.» wordt gelezen «de Autoriteit Financiële Markten».

  2. In afwijking van het eerste lid, is afdeling 11AA, met uitzondering van de artikelen 212k, 212ra en 212re van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht met dien verstande dat in artikel 212ha, tweede en derde lid, en artikel 212hb voor «Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V.» wordt gelezen «de Autoriteit Financiële Markten».

  3. De Autoriteit Financiële Markten trekt de vergunning van een beleggingsonderneming bedoeld in het eerste of tweede lid in, indien deze op het tijdstip van de faillietverklaring nog een vergunning heeft.

Afdeling 11AA is, met uitzondering van de artikelen 212hb, 212k, 212ra en 212re van overeenkomstige toepassing op een financiële holding, gemengde financiële holding, gemengde holding of financiële instelling als bedoeld in artikel 3A:2, onderdelen c tot en met f, van de Wet op het financieel toezicht, met zetel in Nederland, met dien verstande dat de passages omtrent het hebben van een vergunning niet relevant zijn voor de hiervoor genoemde ondernemingen.

Nieuwe tekst

Afdeling 11AA is, met uitzondering van de artikelen 212hb, 212k, 212ra en 212re van overeenkomstige toepassing op een financiële holding, gemengde financiële holding, gemengde holding of financiële instelling als bedoeld in artikel 3A:2, onderdelen c tot en met f, van de Wet op het financieel toezicht, met zetel in Nederland, met dien verstande dat de passages omtrent het hebben van een vergunning niet relevant zijn voor de hiervoor genoemde ondernemingen.