-
Onze Minister stelt ten minste eens in de vijf jaar een Nationaal plan energiesysteem vast.
-
Het Nationaal plan energiesysteem bevat de hoofdlijnen van het rijksbeleid, gericht op:
de transitie naar een klimaatneutraal, robuust, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem in Nederland;
het bevorderen van de strategische onafhankelijkheid van het aanbod van bronnen van energie, van dragers van energie en van grondstoffen buiten Nederland.
-
Het Nationaal plan energiesysteem bevat in ieder geval:
de beschrijving van sectorale transitiepaden naar klimaatneutraliteit en van ontwikkelpaden van de transitie van bronnen en dragers van energie met fossiele oorsprong naar hernieuwbare bronnen en dragers van energie en naar kernenergie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Kernenergiewet;
een analyse van factoren die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling naar een klimaatneutraal energiesysteem of die daarbij meegewogen moeten worden;
beleid ten aanzien van de nationale productie van energie, de infrastructuur voor energie, de aard, omvang en inzet van eventuele opslag of reserves voor verschillende energiedragers en de omzetting van energiedragers;
beleid ten aanzien van de diversificatie van energiebronnen en ten aanzien van de diversificatie van de import van energiedragers;
een beschrijving van de risico’s, gelet op de doelen, bedoeld in het tweede lid, en het beleid ten aanzien van de beheersing daarvan; en
een overzicht van en visie op de beoogde resultaten van het in het tweede lid bedoelde rijksbeleid en de wijzen waarop die resultaten zullen worden nagestreefd.
Energiewet Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Leveren, faciliteren in peer-to peer-handel en energie delen
Paragraaf 2.2.1 Algemene voorschriften over contractuele verhouding tussen eindafnemers en leveranciers
Paragraaf 2.2.2 Aanvullende voorschriften over contractuele verhouding tussen huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen en leveranciers
Paragraaf 2.2.3 Voorschriften beëindigen van leveringsovereenkomsten en leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel
Paragraaf 2.2.4 Vergunning leveranciers voor levering aan of facilitering in peer-to-peer-handel ten behoeve van eindafnemers met een kleine aansluiting
Paragraaf 2.2.5 Leveranciersmodel
Paragraaf 2.2.6 Energie delen
Paragraaf 2.2.7 Overige bepalingen
Afdeling 2.3 Terugleveren, faciliteren in peer-to-peer-handel en vraagrespons ten behoeve van actieve afnemers
Afdeling 2.4 Balanceren
Afdeling 2.5 Meten
Paragraaf 2.5.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.5.2 Verplichtingen meetverantwoordelijke partijen
Paragraaf 2.5.3 Verplichtingen voor anderen dan meetverantwoordelijke partijen
Afdeling 2.6 Overige bepalingen
Paragraaf 2.6.1 Garanties van oorsprong
Paragraaf 2.6.2 Beperken gebruik laagcalorisch gas
Paragraaf 2.6.3 Overige bepalingen
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders
Afdeling 3.2 Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Paragraaf 3.2.1 Inrichtingseisen en voorwaarden voor transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Paragraaf 3.2.2 Voorwaarden en samenwerking infrastructuurgroep
Afdeling 3.3 Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder
Paragraaf 3.3.1 Taken algemeen
Paragraaf 3.3.2 Taken inzake beheren, onderhouden en ontwikkelen
Paragraaf 3.3.3 Taken inzake aansluiten
Paragraaf 3.3.4 Taken inzake transporteren
Paragraaf 3.3.5 Taken inzake balanceren
Paragraaf 3.3.6 Taken inzake meten
Paragraaf 3.3.7 Overige en ondersteunende taken
Paragraaf 3.3.8 Bijzondere taken voor de transmissiesysteembeheerder voor gas
Paragraaf 3.3.9 Tijdelijke taken
Afdeling 3.4 Verplichtingen transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder bij taakuitoefening
Afdeling 3.5 Beheerders van bijzondere systemen
Paragraaf 3.5.1 Beheerder van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Paragraaf 3.5.2 Interconnectorsysteembeheerder
Paragraaf 3.5.3 LNG-beheerder
Paragraaf 3.5.4 Gasopslagbeheerder
Paragraaf 3.5.5 Beheerder gesloten systeem
Afdeling 3.6 Tarieven, methoden en voorwaarden en overige verplichtingen ten aanzien van overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers, of balanceringsverantwoordelijken
Paragraaf 3.6.1 Tarieven algemeen
Paragraaf 3.6.2 Tariefreguleringsmethode vooraf vastgestelde tarieven
Paragraaf 3.6.3 Berekeningsmethoden overige tarieven
Paragraaf 3.6.4 Tarieven beheerders bijzondere systemen
Paragraaf 3.6.5 Overige methoden en voorwaarden
Paragraaf 3.6.6 Overige verplichtingen t.a.v. overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken
Afdeling 3.7 Ontheffingen nieuwe systemen
Hoofdstuk 4 Beheren en uitwisselen van gegevens
Afdeling 4.1 Gegevens en processen
Afdeling 4.2 Registers
Afdeling 4.3 Taken van de gegevensuitwisselingsentiteit
Afdeling 4.4 Overleg en afspraken
Hoofdstuk 5 Uitvoering, toezicht en handhaving
Afdeling 5.1 Uitvoering door Autoriteit Consument en Markt
Afdeling 5.2 Uitvoering door Onze Minister
Afdeling 5.3 Toezicht op de naleving
Afdeling 5.4 Handhaving
Afdeling 5.5 Verstrekken en gebruiken gegevens en inlichtingen
Afdeling 5.6 Retributies
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Afdeling 6.1 Projectbesluit
Afdeling 6.2 Investeringstoetsen
Afdeling 6.3 Beleid en advisering energiesysteem
Paragraaf 6.3.1 Nationaal plan energiesysteem
Paragraaf 6.3.2 Raad voor Energie
Afdeling 6.4 Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving
Afdeling 6.5 Verhoudingen andere wetten
Afdeling 6.6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 7.1 Wijziging andere wetten
Afdeling 7.2 Overgangsrecht
- Artikel 7.21
- Artikel 7.22
- Artikel 7.23
- Artikel 7.24
- Artikel 7.25
- Artikel 7.26
- Artikel 7.27
- Artikel 7.28
- Artikel 7.29
- Artikel 7.30
- Artikel 7.31
- Artikel 7.32
- Artikel 7.33
- Artikel 7.34
- Artikel 7.35
- Artikel 7.36
- Artikel 7.37
- Artikel 7.38
- Artikel 7.39
- Artikel 7.40
- Artikel 7.41
- Artikel 7.42
- Artikel 7.43
- Artikel 7.44
- Artikel 7.45
- Artikel 7.46
- Artikel 7.47
- Artikel 7.48
- Artikel 7.49
- Artikel 7.50
- Artikel 7.51
- Artikel 7.52
- Artikel 7.53
Afdeling 7.3 Slotbepalingen
Afdeling 6.3
Artikel 6.5
-
Onze Minister legt een ontwerp van een Nationaal plan energiesysteem aan eenieder ter consultatie voor.
-
Onze Minister stelt het Nationaal plan energiesysteem vast in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad.
-
Onze Minister zendt het Nationaal plan energiesysteem aan de beide kamers der Staten-Generaal.
-
Onze Minister zendt ten aanzien van de beleidsontwikkeling ter uitvoering van het Nationaal plan energiesysteem jaarlijks uiterlijk op 1 november aan beide kamers der Staten-Generaal een energienota, met een beschrijving van in ieder geval:
de voortgang van de realisatie van het energiebeleid;
de gevolgen voor de rijksbegroting van het energiebeleid;
de gevolgen voor huishoudens, ondernemingen en overheden van significante ontwikkelingen in het energiebeleid.
Artikel 6.6
-
Er is een Raad voor Energie.
-
De Raad voor Energie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht andere leden.
-
De voorzitter en de leden hebben aantoonbare expertise en ervaring ten aanzien van energiebeleid en vraagstukken met betrekking tot leveringszekerheid en energieonafhankelijkheid.
Artikel 6.7
-
De Raad voor Energie heeft tot taak de regering en beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over het te voeren beleid, gericht op:
de transitie naar een klimaatneutraal, robuust, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem in Nederland;
het bevorderen van de strategische onafhankelijkheid van het aanbod van bronnen van energie, van dragers van energie en van grondstoffen buiten Nederland.
-
De Raad voor Energie brengt ten minste een advies uit ter voorbereiding van het Nationaal plan energiesysteem, waarbij in het advies in ieder geval aandacht wordt besteed aan:
overmatige afhankelijkheden en kwetsbaarheden in het Nederlandse energiesysteem;
de mate waarin de beleidsdoelen voor nationale energieproductie, in combinatie met het beleid van ons omliggende landen en de overige onderdelen van het Nederlandse energiebeleid, leiden tot voldoende energieonafhankelijkheid van de Nederlandse energievoorziening; en
de klimaatneutraliteit, robuustheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid van het Nederlandse energiesysteem op de lange termijn.