-
De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen in geval van overtreding van de voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan haar is opgedragen krachtens artikel 5.17.
-
Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen in geval van overtreding van de voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan hem is opgedragen krachtens artikel 5.18.
Energiewet Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Leveren, faciliteren in peer-to peer-handel en energie delen
Paragraaf 2.2.1 Algemene voorschriften over contractuele verhouding tussen eindafnemers en leveranciers
Paragraaf 2.2.2 Aanvullende voorschriften over contractuele verhouding tussen huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen en leveranciers
Paragraaf 2.2.3 Voorschriften beëindigen van leveringsovereenkomsten en leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel
Paragraaf 2.2.4 Vergunning leveranciers voor levering aan of facilitering in peer-to-peer-handel ten behoeve van eindafnemers met een kleine aansluiting
Paragraaf 2.2.5 Leveranciersmodel
Paragraaf 2.2.6 Energie delen
Paragraaf 2.2.7 Overige bepalingen
Afdeling 2.3 Terugleveren, faciliteren in peer-to-peer-handel en vraagrespons ten behoeve van actieve afnemers
Afdeling 2.4 Balanceren
Afdeling 2.5 Meten
Paragraaf 2.5.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.5.2 Verplichtingen meetverantwoordelijke partijen
Paragraaf 2.5.3 Verplichtingen voor anderen dan meetverantwoordelijke partijen
Afdeling 2.6 Overige bepalingen
Paragraaf 2.6.1 Garanties van oorsprong
Paragraaf 2.6.2 Beperken gebruik laagcalorisch gas
Paragraaf 2.6.3 Overige bepalingen
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders
Afdeling 3.2 Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Paragraaf 3.2.1 Inrichtingseisen en voorwaarden voor transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Paragraaf 3.2.2 Voorwaarden en samenwerking infrastructuurgroep
Afdeling 3.3 Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder
Paragraaf 3.3.1 Taken algemeen
Paragraaf 3.3.2 Taken inzake beheren, onderhouden en ontwikkelen
Paragraaf 3.3.3 Taken inzake aansluiten
Paragraaf 3.3.4 Taken inzake transporteren
Paragraaf 3.3.5 Taken inzake balanceren
Paragraaf 3.3.6 Taken inzake meten
Paragraaf 3.3.7 Overige en ondersteunende taken
Paragraaf 3.3.8 Bijzondere taken voor de transmissiesysteembeheerder voor gas
Paragraaf 3.3.9 Tijdelijke taken
Afdeling 3.4 Verplichtingen transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder bij taakuitoefening
Afdeling 3.5 Beheerders van bijzondere systemen
Paragraaf 3.5.1 Beheerder van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Paragraaf 3.5.2 Interconnectorsysteembeheerder
Paragraaf 3.5.3 LNG-beheerder
Paragraaf 3.5.4 Gasopslagbeheerder
Paragraaf 3.5.5 Beheerder gesloten systeem
Afdeling 3.6 Tarieven, methoden en voorwaarden en overige verplichtingen ten aanzien van overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers, of balanceringsverantwoordelijken
Paragraaf 3.6.1 Tarieven algemeen
Paragraaf 3.6.2 Tariefreguleringsmethode vooraf vastgestelde tarieven
Paragraaf 3.6.3 Berekeningsmethoden overige tarieven
Paragraaf 3.6.4 Tarieven beheerders bijzondere systemen
Paragraaf 3.6.5 Overige methoden en voorwaarden
Paragraaf 3.6.6 Overige verplichtingen t.a.v. overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken
Afdeling 3.7 Ontheffingen nieuwe systemen
Hoofdstuk 4 Beheren en uitwisselen van gegevens
Afdeling 4.1 Gegevens en processen
Afdeling 4.2 Registers
Afdeling 4.3 Taken van de gegevensuitwisselingsentiteit
Afdeling 4.4 Overleg en afspraken
Hoofdstuk 5 Uitvoering, toezicht en handhaving
Afdeling 5.1 Uitvoering door Autoriteit Consument en Markt
Afdeling 5.2 Uitvoering door Onze Minister
Afdeling 5.3 Toezicht op de naleving
Afdeling 5.4 Handhaving
Afdeling 5.5 Verstrekken en gebruiken gegevens en inlichtingen
Afdeling 5.6 Retributies
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Afdeling 6.1 Projectbesluit
Afdeling 6.2 Investeringstoetsen
Afdeling 6.3 Beleid en advisering energiesysteem
Paragraaf 6.3.1 Nationaal plan energiesysteem
Paragraaf 6.3.2 Raad voor Energie
Afdeling 6.4 Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving
Afdeling 6.5 Verhoudingen andere wetten
Afdeling 6.6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 7.1 Wijziging andere wetten
Afdeling 7.2 Overgangsrecht
- Artikel 7.21
- Artikel 7.22
- Artikel 7.23
- Artikel 7.24
- Artikel 7.25
- Artikel 7.26
- Artikel 7.27
- Artikel 7.28
- Artikel 7.29
- Artikel 7.30
- Artikel 7.31
- Artikel 7.32
- Artikel 7.33
- Artikel 7.34
- Artikel 7.35
- Artikel 7.36
- Artikel 7.37
- Artikel 7.38
- Artikel 7.39
- Artikel 7.40
- Artikel 7.41
- Artikel 7.42
- Artikel 7.43
- Artikel 7.44
- Artikel 7.45
- Artikel 7.46
- Artikel 7.47
- Artikel 7.48
- Artikel 7.49
- Artikel 7.50
- Artikel 7.51
- Artikel 7.52
- Artikel 7.53
Afdeling 7.3 Slotbepalingen
Afdeling 5.4
Artikel 5.20
-
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan haar is opgedragen krachtens artikel 5.17.
-
Onze Minister kan een bindende aanwijzing geven of een bindende gedragslijn opleggen in verband met:
de naleving van voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan hem is opgedragen krachtens artikel 5.18;
de uitvoering van artikel 3.25, voor zover het gaat om de bescherming van het transmissie- of distributiesysteem tegen invloeden van buitenaf.
Artikel 5.21
-
De Autoriteit Consument en Markt of Onze Minister kan, indien deze belast is met het toezicht op de naleving van deze artikelen, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van:
het bepaalde bij of krachtens de artikelen:
- 1°
2.7, 2.8, 2.9, 2.14, 2.18, vijfde lid, onderdeel c, 2.21, eerste en tweede lid, 2.23, 2.27, eerste, vierde en vijfde lid, 2.28, 2.29, 2.32, eerste en tweede lid, 2.35, 2.36, 2.40, 2.45, 2.49, 2.50, zesde lid, onderdeel c, 2.52, 2.59, 2.61, tweede lid, onderdelen a, c tot en met f, 2.62, eerste en tweede lid, 2.63, eerste en tweede lid, 2.65, zesde lid en 2.67;
- 2°
3.4, vierde lid, 3.9, tweede en derde lid, 3.16, 3.27, eerste, derde en vijfde lid, onderdelen b en d, 3.45, 3.50, vierde lid, 3.52, 3.53, derde lid, 3.61, 3.63, 3.66, 3.69, 3.72, derde en vijfde lid, 3.76, 3.79, 3.81, 3.100, vijfde lid, onderdeel b, 3.111, derde lid, 3.112, vierde lid, 3.113, vijfde lid, 3.115, derde lid, 3.119, derde lid3.122, derde lid, voor zover het een overtreding van artikel 3.119, derde lid betreft, 3.123, vijfde lid, 3.126, aanhef en onderdeel b;
- 3°
4.2, eerste en derde lid, 4.3, eerste, derde en vierde lid, 4.4, eerste, tweede en vierde lid, 4.13, 4.23;
- 4°
5.22, eerste en tweede lid, 5.23, 5.26, tweede lid;
- 5°
8, 9 en 15 van verordening 1227/2011;
- 1°
de in de artikelen 3.85, 3.90, eerste tot en met derde lid, en 3.104 genoemde artikelen, voor zover de daar genoemde artikelen zijn opgenomen in onderdeel a;
het bepaalde bij of krachtens de artikelen:
- 1°
2.3, eerste lid, 2.5, 2.6, 2.12, 2.13, 2.15, 2.16, 2.17, eerste lid, 2.18, eerste, tweede en vijfde lid, onderdelen a en b, 2.21, vierde lid, 2.22, 2.24, 2.25, eerste, derde en vierde lid, 2.26, 2.31, eerste tot en met derde en vijfde lid, 2.34, 2.38, 2.39, 2.41, eerste tot en met vierde lid, 2.41, 2.43, 2.46, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 2.48, eerste en tweede lid, 2.50, eerste tot en met vierde en zesde lid, 2.54, eerste en derde lid, 2.55, 2.56;
- 2°
3.1, 3.10, eerste tot en met vierde en achtste lid, 3.11, 3.12, 3.13, 3.17, 3.18, 3.19, eerste en tweede lid, 3.20, tweede lid, 3.21, eerste tot en met vierde lid, 3.22, 3.23, 3.24, 3.25, eerste, tweede en vierde lid, 3.26, 3.28, eerste lid, 3.29, eerste lid, 3.30, 3.31, 3.34, 3.35, eerste, derde, vijfde en zesde lid, 3.36, eerste lid, 3.38, eerste tot en met derde lid, 3.39, eerste en derde lid, 3.40, eerste, tweede en vierde lid, 3.41, 3.43, 3.44, 3.46, eerste en tweede lid, 3.47, eerste en tweede lid, 3.48, eerste tot en met vijfde lid, 3.49, 3.50, eerste, tweede en derde lid, 3.51, 3.53, eerste en tweede lid, 3.54, 3.553.56, eerste en derde lid, 3.57, 3.58, 3.59, 3.60, 3.62, 3.64, 3.65, 3.70, 3.73, eerste en derde lid, 3.74, 3.75, 3.77, 3.78, eerste, tweede en vijfde lid, 3.83, derde lid, 3.84, 3.86, 3.88, 3.91, 3.92, 3.93, 3.94, eerste, tweede en derde lid, 3.95, 3.96, 3.97, 3.98, 3.99, 3.100, eerste lid tot en met vijfde lid, onderdeel a, 3.101, 3.102, 3.103, 3.105, tweede en derde lid, 3.106, eerste lid, 3.114, eerste lid, 3.115, eerste lid, 3.116, 3.117, 3.119, eerste lid, 3.122, eerste en tweede lid, 3.125, eerste lid en 3.126, aanhef en onderdeel a;
- 3°
4.1, derde lid, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.12, 4.14, 4.15, 4.16, 4.17, 4.19, 4.20, eerste tot en met derde lid, 4.21, 4.22, eerste, tweede en vierde lid, 4.24, 4.25;
- 4°
6.3, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid, 6.13, eerste en tweede lid;
- 5°
3, 4 en 5 van verordening 1227/2011;
- 1°
de in de artikelen 3.85, 3.90, eerste tot en met derde lid, en 3.104 genoemde artikelen, voor zover de daar genoemde artikelen zijn opgenomen in onderdeel c;
bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, van de voorschriften inzake cyberbeveiliging, bedoeld in artikel 5.18, eerste lid, onderdeel c.
besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening 2019/942.
voorschriften of beperkingen als bedoeld in de artikelen 2.18, vierde lid, 2.50, vijfde lid, 3.3, tweede tot en met zesde lid, 3.8, vierde lid, onderdeel b, 3.124, derde lid en 6.3, derde lid.
-
De op grond van het eerste lid, onderdelen a en b, vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 1% van de omzet van de overtreder.
-
De op grond van het eerste lid, onderdelen c, d, e, f en g vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder.
-
De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede en derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.