Energiewet Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Leveren, faciliteren in peer-to peer-handel en energie delen
Paragraaf 2.2.1 Algemene voorschriften over contractuele verhouding tussen eindafnemers en leveranciers
Paragraaf 2.2.2 Aanvullende voorschriften over contractuele verhouding tussen huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen en leveranciers
Paragraaf 2.2.3 Voorschriften beëindigen van leveringsovereenkomsten en leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel
Paragraaf 2.2.4 Vergunning leveranciers voor levering aan of facilitering in peer-to-peer-handel ten behoeve van eindafnemers met een kleine aansluiting
Paragraaf 2.2.5 Leveranciersmodel
Paragraaf 2.2.6 Energie delen
Paragraaf 2.2.7 Overige bepalingen
Afdeling 2.3 Terugleveren, faciliteren in peer-to-peer-handel en vraagrespons ten behoeve van actieve afnemers
Afdeling 2.4 Balanceren
Afdeling 2.5 Meten
Afdeling 2.6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders
Afdeling 3.2 Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.3 Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder
Afdeling 3.4 Verplichtingen transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder bij taakuitoefening
Afdeling 3.5 Beheerders van bijzondere systemen
Afdeling 3.6 Tarieven, methoden en voorwaarden en overige verplichtingen ten aanzien van overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers, of balanceringsverantwoordelijken
Paragraaf 3.6.1 Tarieven algemeen
Paragraaf 3.6.2 Tariefreguleringsmethode vooraf vastgestelde tarieven
Paragraaf 3.6.3 Berekeningsmethoden overige tarieven
Paragraaf 3.6.4 Tarieven beheerders bijzondere systemen
Paragraaf 3.6.5 Overige methoden en voorwaarden
Paragraaf 3.6.6 Overige verplichtingen t.a.v. overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken
Afdeling 3.7 Ontheffingen nieuwe systemen
Hoofdstuk 4 Beheren en uitwisselen van gegevens
Hoofdstuk 5 Uitvoering, toezicht en handhaving
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk 5

Uitvoering, toezicht en handhaving

Artikel 5.1

  1. De Autoriteit Consument en Markt is de nationale regulerende instantie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van richtlijn 2009/73 en artikel 57, eerste lid, van richtlijn 2019/944 en uit dien hoofde belast met de taken die aan de nationale regulerende instantie zijn opgedragen bij of krachtens verordening 715/2009, verordening 1227/2011, verordening 2017/1938, verordening 2019/941, verordening 2019/942, verordening 2019/943 en verordening 2022/869.

  2. De Autoriteit Consument en Markt is belast met de bij algemene maatregel van bestuur gestelde taken:

    1. ter uitvoering van richtlijn 2009/73 en richtlijn 2019/944;

    2. die betrekking hebben op de samenwerking met bevoegde instanties van derde landen.

  3. Bij ministeriële regeling:

    1. kan de Autoriteit Consument en Markt, ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit of gas, worden aangewezen als de nationale regulerende instantie, bevoegde instantie of bevoegde autoriteit en worden belast met taken of bevoegdheden;

    2. kunnen procedurevoorschriften worden gesteld ter uitvoering van de in onderdeel a bedoelde taken of bevoegdheden.

  4. De Autoriteit Consument en Markt houdt bij de uitoefening van de haar bij of krachtens deze wet toegekende taken en bevoegdheden rekening met artikel 40 van richtlijn 2009/73 en artikel 58 van richtlijn 2019/944.

Artikel 5.2

  1. De Autoriteit Consument en Markt ziet er op toe dat huishoudelijk eindafnemers en micro-ondernemingen verzekerd zijn van de levering van elektriciteit of gas tegen concurrerende, eenvoudig en duidelijk vergelijkbare, transparante, redelijke en niet-discriminerende prijzen.

  2. De Autoriteit Consument en Markt kan ter verzekering van de levering, bedoeld in het eerste lid, een bindende gedragslijn opleggen.

  3. De op grond van artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, zijn tevens belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid.

  4. Bij ministeriële regeling worden met het oog op de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld over de verstrekking van gegevens door leveranciers aan de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 5.3

  1. De Autoriteit Consument en Markt stelt jaarlijks een verslag op over de uitvoering van de haar bij of krachtens deze wet opgedragen taken. Het verslag bevat een overzicht van de behaalde resultaten en genomen maatregelen.

  2. De Autoriteit Consument en Markt zendt het verslag toe aan Onze Minister, Acer en de Europese Commissie.

Artikel 5.4

  1. Een partij die een geschil heeft met een systeembeheerder over de wijze waarop deze beheerder zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uitoefent, dan wel aan zijn verplichtingen op grond van deze wet voldoet, kan een klacht bij de Autoriteit Consument en Markt indienen. Een klacht omvat een aanvraag om een besluit.

  2. De Autoriteit Consument en Markt neemt binnen twee maanden na ontvangst van de klacht een besluit. In afwijking van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan deze termijn met twee maanden worden verlengd als de Autoriteit Consument en Markt de indiener van de klacht, of de betreffende systeembeheerder om aanvullende gegevens verzoekt. Indien de indiener van de klacht daarmee instemt, kan de Autoriteit Consument en Markt een langere termijn stellen.

  3. Het besluit van de Autoriteit Consument en Markt is bindend.

  4. Het indienen van een klacht als bedoeld in het eerste lid laat onverlet elke mogelijkheid voor de desbetreffende partij een hem ter beschikking staand rechtsmiddel aan te wenden.

Artikel 5.5

  1. Als de balanceringsverantwoordelijken, bedoeld in artikel 2.41, tweede lid, een geschil hebben over de financiële compensatie of de voorwaarden voor aanpassing van het elektriciteitsprogramma als gevolg van de vraagrespons of de uitwisseling van relevante gegevens, over de vergoeding van eventuele onbalanskosten die hierdoor ontstaan en de uitwisseling van relevante gegevens kan elk van de balanceringsverantwoordelijken een klacht bij de Autoriteit Consument en Markt indienen. Een klacht omvat een aanvraag om een besluit.

  2. Het besluit van de Autoriteit Consument en Markt is bindend.

  3. Het indienen van een klacht als bedoeld in het eerste lid laat onverlet elke mogelijkheid voor de desbetreffende partij een hem ter beschikking staand rechtsmiddel aan te wenden.

Artikel 5.6

In het geval van een landsgrensoverschrijdend geschil is de Autoriteit Consument en Markt onbevoegd te beslissen op een klacht als bedoeld in de artikelen 5.4 respectievelijk 5.5, als de systeembeheerder waartegen de klacht is gericht onder de rechtsmacht van een andere lidstaat van de Europese Unie valt, dan wel, indien het een interconnectorsysteembeheerder voor gas betreft, onder de rechtsmacht van een ander land valt.

Artikel 5.7

  1. Onze Minister is belast met de taken die bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden vastgesteld:

    1. ter uitvoering van richtlijn 2009/73 en richtlijn 2019/944;

    2. die betrekking hebben op samenwerking met derde landen.

  2. Bij ministeriële regeling:

    1. kan Onze Minister, ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit of gas, worden aangewezen als bevoegde instantie of bevoegde autoriteit of worden belast met taken of bevoegdheden;

    2. kunnen procedurevoorschriften worden gesteld ter uitvoering van de in onderdeel a bedoelde taken of bevoegdheden.

Artikel 5.8

  1. Indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt blijkt dat een transmissie- of distributiesysteembeheerder in onvoldoende mate of niet op een doelmatige wijze kan of zal kunnen voorzien in het door hem te bereiken niveau van de kwaliteit van zijn transportdienst of de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit of gas over de door hem beheerde systemen, meldt zij dat na overleg met de desbetreffende beheerder aan Onze Minister.

  2. Nadat Onze Minister een melding heeft ontvangen, kan hij aan de desbetreffende beheerder opdragen voorzieningen te treffen teneinde zeker te stellen dat het transport van elektriciteit of gas in voldoende mate of op een doelmatige wijze plaatsvindt.

Artikel 5.9

  1. Indien Onze Minister vaststelt dat een transmissie- of distributiesysteembeheerder niet meer voldoet aan de eisen om te worden aangewezen, kan hij de desbetreffende beheerder opdragen door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen.

  2. Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder niet voldoet aan een opdracht als bedoeld in het eerste lid, indien Onze Minister vaststelt dat opdrachten, bedoeld in artikel 5.8, tweede lid, niet worden uitgevoerd of indien naar zijn oordeel door de bedrijfsvoering van deze beheerder de continuïteit of de betrouwbaarheid van de elektriciteits- of gasvoorziening in gevaar komt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, kan Onze Minister de aanwijzing van de desbetreffende beheerder vervallen verklaren en uiterlijk op de dag waarop die aanwijzing vervalt een andere rechtspersoon als transmissie- of distributiesysteembeheerder aanwijzen.

Artikel 5.10

  1. Indien naar het oordeel van Onze Minister door de bedrijfsvoering van een transmissie- of distributiesysteembeheerder de continuïteit of de betrouwbaarheid van de leveringszekerheid of de voorzieningszekerheid in gevaar komt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, kan Onze Minister de desbetreffende beheerder aanzeggen dat hij vanaf een bepaald tijdstip voor een bepaalde termijn de opdrachten dient op te volgen die aan hem worden gegeven door een door Onze Minister aangewezen persoon.

  2. Bij de aanzegging geeft Onze Minister aan ter bescherming van welk belang de aanzegging geschiedt. Bij de aanzegging kunnen voorschriften en beperkingen worden gesteld aan de te geven opdrachten. De aangewezen persoon verstrekt uitsluitend opdrachten ter bescherming van het aangegeven belang.

  3. De transmissie- of distributiesysteembeheerder verschaft de door Onze Minister aangewezen persoon alle medewerking.

  4. Voor schade die is voorgekomen uit handelen dat is verricht in strijd met het belang, bedoeld in het tweede lid, zijn bestuurders van de transmissie- of distributiesysteembeheerder persoonlijk aansprakelijk.

Artikel 5.11

  1. Onze Minister kan een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas bij een plotselinge crisis op de energiemarkt of wanneer de fysieke veiligheid van personen, de veiligheid of betrouwbaarheid van apparatuur of installaties of de systeemintegriteit worden bedreigd, opdragen maatregelen als bedoeld in artikel 46 van richtlijn 2009/73 te nemen. Aan de opdracht kunnen voorwaarden, voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  2. Een aangeslotene, balanceringsverantwoordelijke of marktdeelnemer verleent de benodigde medewerking aan de uitvoering van de maatregelen.

  3. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op het tegengaan en beheersen van elektriciteitscrises regels worden gesteld ter uitvoering van risicoparaatheidsplannen voor elektriciteit als bedoeld in hoofdstuk III, van verordening 2019/941.

Artikel 5.12

  1. Onze Minister kan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit opdragen een strategische reserve in te richten als bedoeld in artikel 21, derde lid, van verordening 2019/943.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de strategische reserve, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5.13

  1. Onze Minister verzamelt en analyseert systematisch inlichtingen en geaggregeerde gegevens met betrekking tot de leveringszekerheid en de voorzieningszekerheid.

  2. Onze Minister stelt periodiek een verslag op voor elektriciteit of gas waarin hij zijn bevindingen en de getroffen of voorgenomen maatregelen vastlegt.

  3. Onze Minister kan een transmissiesysteembeheerder opdragen werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

  4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld:

    1. over de gegevens, bedoeld in het eerste lid;

    2. over de inhoud van een verslag, het proces van opstellen van een verslag, de frequentie van het opstellen en de datum waarvoor dit verslag wordt vastgesteld;

    3. over de wijze waarop bekendheid wordt gegeven aan een verslag.

Artikel 5.14

  1. Onze Minister kan een subsidie verstrekken aan een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee ter dekking van de door de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.118 vastgestelde toegestane vergoeding voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, met uitzondering van de taken bedoeld in artikel 3.117.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het verstrekken van de subsidie.

Artikel 5.15

  1. Onze Minister kan een eindafnemer als bedoeld in artikel 2.63, eerste lid, een vergoeding toekennen indien het verbod, bedoeld in dat artikel, voor die eindafnemer schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die de eindafnemer in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft.

  2. Schade blijft in elk geval voor rekening van de eindafnemer voor zover:

    1. hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard;

    2. hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden kunnen leiden;

    3. de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend; of

    4. de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd.

  3. Indien het verbod, bedoeld in artikel 2.63, eerste lid, tevens voordeel voor de eindafnemer heeft opgeleverd, wordt dit bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking genomen.

  4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld die betrekking hebben op:

    1. het moment waarop de vergoeding kan worden aangevraagd;

    2. de gegevens die bij een aanvraag worden overgelegd;

    3. de termijn voor het geven van een beslissing op een aanvraag.

Artikel 5.17

  1. De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde:

    1. bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.41, tweede lid, 2.46, eerste lid, en 2.47, tweede lid, en de artikelen en onderwerpen, genoemd in artikel 5.18, eerste lid;

    2. bij of krachtens verordening 715/2009, verordening 1227/2011, verordening 2017/1938, verordening 2019/941, verordening 2019/942, verordening 2019/943 en verordening 2022/869, met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, gesteld krachtens die verordeningen, voor zover deze handelen over of samenhangen met cyberbeveiliging.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover Onze Minister de geadresseerde is.

Artikel 5.18

  1. Onze Minister is belast met het toezicht op de naleving van:

    1. het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.46, eerste en derde lid, voor zover het een aangeslotene met een kleine aansluiting betreft, 2.47, eerste lid, 3.18, 3.48, 3.53, derde lid, 3.62, 3.67 tot en met 3.70, 3.79, onderdeel a, 4.3, 4.4, eerste en tweede lid, 4.14, 4.20, 4.21, eerste en tweede lid, 4.22, 5.8, tweede lid, 5.9, 5.10, 5.11, 6.3, eerste tot en met derde lid, en 7.28, zesde lid;

    2. voor gas: het bepaalde bij of krachtens artikel 3.74, aanhef en onderdeel a, voor zover het onderwerpen betreffen die samenhangen met de veiligheid van gas en artikel 3.74, aanhef en onderdeel b;

    3. bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, gesteld krachtens verordening 715/2009, verordening 1227/2011, verordening 2017/1938, verordening 2019/941, verordening 2019/942 of verordening 2019/943 of verordening 2022/869, voor zover deze voorschriften handelen over of samenhangen met cyberbeveiliging.

  2. Onze Minister wijst bij besluit de ambtenaren aan die toezicht houden op de naleving van de artikelen bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5.19

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen in geval van overtreding van de voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan haar is opgedragen krachtens artikel 5.17.

  2. Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen in geval van overtreding van de voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan hem is opgedragen krachtens artikel 5.18.

Artikel 5.20

  1. De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan haar is opgedragen krachtens artikel 5.17.

  2. Onze Minister kan een bindende aanwijzing geven of een bindende gedragslijn opleggen in verband met:

    1. de naleving van voorschriften waarvoor het toezicht op de naleving aan hem is opgedragen krachtens artikel 5.18;

    2. de uitvoering van artikel 3.25, voor zover het gaat om de bescherming van het transmissie- of distributiesysteem tegen invloeden van buitenaf.

Artikel 5.21

  1. De Autoriteit Consument en Markt of Onze Minister kan, indien deze belast is met het toezicht op de naleving van deze artikelen, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van:

    1. het bepaalde bij of krachtens de artikelen:

      1. 2.7, 2.8, 2.9, 2.14, 2.18, vijfde lid, onderdeel c, 2.21, eerste en tweede lid, 2.23, 2.27, eerste, vierde en vijfde lid, 2.28, 2.29, 2.32, eerste en tweede lid, 2.35, 2.36, 2.40, 2.45, 2.49, 2.50, zesde lid, onderdeel c, 2.52, 2.59, 2.61, tweede lid, onderdelen a, c tot en met f, 2.62, eerste en tweede lid, 2.63, eerste en tweede lid, 2.65, zesde lid en 2.67;

      2. 3.4, vierde lid, 3.9, tweede en derde lid, 3.16, 3.27, eerste, derde en vijfde lid, onderdelen b en d, 3.45, 3.50, vierde lid, 3.52, 3.53, derde lid, 3.61, 3.63, 3.66, 3.69, 3.72, derde en vijfde lid, 3.76, 3.79, 3.81, 3.100, vijfde lid, onderdeel b, 3.111, derde lid, 3.112, vierde lid, 3.113, vijfde lid, 3.115, derde lid, 3.119, derde lid3.122, derde lid, voor zover het een overtreding van artikel 3.119, derde lid betreft, 3.123, vijfde lid, 3.126, aanhef en onderdeel b;

      3. 4.2, eerste en derde lid, 4.3, eerste, derde en vierde lid, 4.4, eerste, tweede en vierde lid, 4.13, 4.23;

      4. 5.22, eerste en tweede lid, 5.23, 5.26, tweede lid;

      5. 8, 9 en 15 van verordening 1227/2011;

    2. de in de artikelen 3.85, 3.90, eerste tot en met derde lid, en 3.104 genoemde artikelen, voor zover de daar genoemde artikelen zijn opgenomen in onderdeel a;

    3. het bepaalde bij of krachtens de artikelen:

      1. 2.3, eerste lid, 2.5, 2.6, 2.12, 2.13, 2.15, 2.16, 2.17, eerste lid, 2.18, eerste, tweede en vijfde lid, onderdelen a en b, 2.21, vierde lid, 2.22, 2.24, 2.25, eerste, derde en vierde lid, 2.26, 2.31, eerste tot en met derde en vijfde lid, 2.34, 2.38, 2.39, 2.41, eerste tot en met vierde lid, 2.41, 2.43, 2.46, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 2.48, eerste en tweede lid, 2.50, eerste tot en met vierde en zesde lid, 2.54, eerste en derde lid, 2.55, 2.56;

      2. 3.1, 3.10, eerste tot en met vierde en achtste lid, 3.11, 3.12, 3.13, 3.17, 3.18, 3.19, eerste en tweede lid, 3.20, tweede lid, 3.21, eerste tot en met vierde lid, 3.22, 3.23, 3.24, 3.25, eerste, tweede en vierde lid, 3.26, 3.28, eerste lid, 3.29, eerste lid, 3.30, 3.31, 3.34, 3.35, eerste, derde, vijfde en zesde lid, 3.36, eerste lid, 3.38, eerste tot en met derde lid, 3.39, eerste en derde lid, 3.40, eerste, tweede en vierde lid, 3.41, 3.43, 3.44, 3.46, eerste en tweede lid, 3.47, eerste en tweede lid, 3.48, eerste tot en met vijfde lid, 3.49, 3.50, eerste, tweede en derde lid, 3.51, 3.53, eerste en tweede lid, 3.54, 3.553.56, eerste en derde lid, 3.57, 3.58, 3.59, 3.60, 3.62, 3.64, 3.65, 3.70, 3.73, eerste en derde lid, 3.74, 3.75, 3.77, 3.78, eerste, tweede en vijfde lid, 3.83, derde lid, 3.84, 3.86, 3.88, 3.91, 3.92, 3.93, 3.94, eerste, tweede en derde lid, 3.95, 3.96, 3.97, 3.98, 3.99, 3.100, eerste lid tot en met vijfde lid, onderdeel a, 3.101, 3.102, 3.103, 3.105, tweede en derde lid, 3.106, eerste lid, 3.114, eerste lid, 3.115, eerste lid, 3.116, 3.117, 3.119, eerste lid, 3.122, eerste en tweede lid, 3.125, eerste lid en 3.126, aanhef en onderdeel a;

      3. 4.1, derde lid, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.12, 4.14, 4.15, 4.16, 4.17, 4.19, 4.20, eerste tot en met derde lid, 4.21, 4.22, eerste, tweede en vierde lid, 4.24, 4.25;

      4. 6.3, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid, 6.13, eerste en tweede lid;

      5. 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011;

    4. de in de artikelen 3.85, 3.90, eerste tot en met derde lid, en 3.104 genoemde artikelen, voor zover de daar genoemde artikelen zijn opgenomen in onderdeel c;

    5. bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, van de voorschriften inzake cyberbeveiliging, bedoeld in artikel 5.18, eerste lid, onderdeel c.

    6. besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening 2019/942.

    7. voorschriften of beperkingen als bedoeld in de artikelen 2.18, vierde lid, 2.50, vijfde lid, 3.3, tweede tot en met zesde lid, 3.8, vierde lid, onderdeel b, 3.124, derde lid en 6.3, derde lid.

  2. De op grond van het eerste lid, onderdelen a en b, vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 1% van de omzet van de overtreder.

  3. De op grond van het eerste lid, onderdelen c, d, e, f en g vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder.

  4. De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede en derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

Artikel 5.22

  1. Eenieder verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens, bescheiden of inlichtingen en verschaft hem desgevraagd inzage in de gegevens of bescheiden die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.

  2. Onze Minister kan een redelijke termijn stellen waarbinnen de gegevens, inlichtingen of bescheiden, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt.

  3. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of enig wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.

Artikel 5.23

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor een systeembeheerder met betrekking tot zijn wettelijke taken of verplichtingen regels worden gesteld over:

  1. het verstrekken van gegevens, bescheiden en inlichtingen aan de Autoriteit Consument en Markt of aan Onze Minister;

  2. het bewaren, registreren en openbaar maken van gegevens en bescheiden.

Artikel 5.24

  1. Gegevens, bescheiden of inlichtingen die Onze Minister in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet of van EU-verordeningen en EU-besluiten inzake elektriciteit of gas verkrijgt, mogen uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van deze wet, die EU-verordeningen en EU-besluiten en van een andere wettelijke regeling dan deze wet die de toepassing of mede de toepassing van bepalingen op het gebied van elektriciteit of gas betreffen, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn taak.

  2. In afwijking van het eerste lid is Onze Minister bevoegd bescheiden, gegevens of inlichtingen, te verstrekken aan:

    1. een buitenlandse instelling, die op grond van nationale wettelijke regels is belast met de toepassing van de regels op het gebied van elektriciteit of gas, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van die instelling;

    2. een bestuursorgaan dat op grond van deze wet of van een andere wettelijke regeling dan deze wet is belast met taken die de toepassing of mede de toepassing van bepalingen op het gebied van elektriciteit of gas betreffen, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen van noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de taak van dat bestuursorgaan;

    3. Acer, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van Acer.

  3. Op basis van het tweede lid kunnen uitsluitend bescheiden, gegevens of inlichtingen worden verstrekt indien:

    1. de verdere geheimhouding van de bescheiden, gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd; en

    2. voldoende is gewaarborgd dat de bescheiden, gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.

  4. Indien Onze Minister op grond van artikel 5.13, derde lid, een transmissiesysteembeheerder opdraagt werkzaamheden te verrichten, zijn het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing op die systeembeheerder.

Artikel 5.25

  1. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet is de Autoriteit Consument en Markt bevoegd gegevens of inlichtingen te verstrekken aan Acer, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van Acer.

  2. Artikel 7, vierde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.26

  1. De Europese Commissie kan van een marktdeelnemer, een transmissiesysteembeheerder of interconnectorsysteembeheerder de gegevens, bescheiden of inlichtingen verlangen die zij nodig heeft voor de uitvoering van artikel 52 van richtlijn 2019/944 of artikel 10 van richtlijn 2009/73.

  2. Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens, bescheiden of inlichtingen te verstrekken als bedoeld in het eerste lid, is verplicht binnen de door de Europese Commissie gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van haar bevoegdheden.

Artikel 5.27

  1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een door Onze Minister vast te stellen vergoeding verschuldigd voor kosten die samenhangen met het behandelen van een aanvraag om of het geven van een beschikking inzake een bij of krachtens deze wet door Onze Minister te verlenen instemming, aanwijzing, ontheffing of vergunning.

  2. De vergoeding bedraagt ten hoogste de gemaakte kosten en wordt in rekening gebracht bij de aanvrager of degene aan wie de beschikking is gericht.

  3. Bij gebreke van volledige betaling binnen de gestelde termijn kan Onze Minister een verschuldigde vergoeding invorderen bij dwangbevel.

  4. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vergoedingen is, voor zover niet al van toepassing, afdeling 4.4, met uitzondering van de artikelen 4:85 en 4:95, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Energiewet