Energiewet Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Leveren, faciliteren in peer-to peer-handel en energie delen
Paragraaf 2.2.1 Algemene voorschriften over contractuele verhouding tussen eindafnemers en leveranciers
Paragraaf 2.2.2 Aanvullende voorschriften over contractuele verhouding tussen huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen en leveranciers
Paragraaf 2.2.3 Voorschriften beëindigen van leveringsovereenkomsten en leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel
Paragraaf 2.2.4 Vergunning leveranciers voor levering aan of facilitering in peer-to-peer-handel ten behoeve van eindafnemers met een kleine aansluiting
Paragraaf 2.2.5 Leveranciersmodel
Paragraaf 2.2.6 Energie delen
Paragraaf 2.2.7 Overige bepalingen
Afdeling 2.3 Terugleveren, faciliteren in peer-to-peer-handel en vraagrespons ten behoeve van actieve afnemers
Afdeling 2.4 Balanceren
Afdeling 2.5 Meten
Afdeling 2.6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders
Afdeling 3.2 Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.3 Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder
Afdeling 3.4 Verplichtingen transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder bij taakuitoefening
Afdeling 3.5 Beheerders van bijzondere systemen
Afdeling 3.6 Tarieven, methoden en voorwaarden en overige verplichtingen ten aanzien van overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers, of balanceringsverantwoordelijken
Paragraaf 3.6.1 Tarieven algemeen
Paragraaf 3.6.2 Tariefreguleringsmethode vooraf vastgestelde tarieven
Paragraaf 3.6.3 Berekeningsmethoden overige tarieven
Paragraaf 3.6.4 Tarieven beheerders bijzondere systemen
Paragraaf 3.6.5 Overige methoden en voorwaarden
Paragraaf 3.6.6 Overige verplichtingen t.a.v. overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken
Afdeling 3.7 Ontheffingen nieuwe systemen
Hoofdstuk 4 Beheren en uitwisselen van gegevens
Hoofdstuk 5 Uitvoering, toezicht en handhaving
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf 3.3.3

Taken inzake aansluiten

Artikel 3.37

  1. De Autoriteit Consument en Markt stelt, met inachtneming van een voorstel van de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit respectievelijk gas, voor ieder van deze systeembeheerders een gebied vast waarbinnen de betreffende systeembeheerder de taak, bedoeld in artikel 3.38, eerste lid, respectievelijk 3.40, eerste lid, verricht. De Autoriteit Consument en Markt kan daarbij tevens vaststellen in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden een distributiesysteembeheerder deze taak mag verrichten in een aangrenzend gebied.

  2. De Autoriteit Consument en Markt publiceert een besluit als bedoeld in het eerste lid op een voor eenieder kenbare en toegankelijke wijze.

Artikel 3.38

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit doet in het voor hem krachtens artikel 3.37, eerste lid, vastgestelde gebied op verzoek een aanbod tot:

    1. aanleg van een aansluiting op zijn systeem op een voor die aansluiting geschikt punt met een voor die aansluiting geschikt spanningsniveau; of

    2. wijziging van een aansluiting op zijn systeem.

  2. De transmissie- of distributiesysteembeheerder doet een aanbod als bedoeld in het eerste lid binnen een redelijke termijn en realiseert een aansluiting binnen een redelijke termijn na aanvaarding van het aanbod.

  3. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit kan het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste lid, weigeren indien en voor zo lang er voor de verzochte aansluiting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem. De transmissie- of distributiesysteembeheerder neemt passende maatregelen, waaronder de benodigde uitbreidingsinvesteringen, om zo spoedig mogelijk alsnog een aanbod te doen.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen situaties waarin een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit niet op economische voorwaarden kan worden beheerd, ontwikkeld en onderhouden.

  5. Met het oog op de uitvoering van het derde lid wordt in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen:

    1. de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bepaalt en onderbouwt dat voor de verzochte aansluiting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft;

    2. de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder aan de verzoeker verschaft over de maatregelen die hij neemt om de transportcapaciteit op zijn systeem uit te breiden om een aanbod op het verzoek te kunnen doen;

    3. de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder aan de verzoeker verschaft over redelijkerwijs beschikbare alternatieven voor de verzochte aansluiting.

Artikel 3.39

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit doet op verzoek en met het oog op het realiseren van een aansluiting op zijn systeem een aanbod tot koppeling met zijn systeem van een door de verzoeker aangelegde leiding en daarmee verbonden hulpmiddelen, mits de leidingen en hulpmiddelen voldoen aan de voorafgaand aan de aanleg door de transmissie- of distributiesysteembeheerder gestelde technische vereisten waardoor de betrouwbaarheid van het door de transmissie- of distributiesystembeheerder beheerde systeem gewaarborgd blijft en:

    1. de te realiseren aansluiting een minimale aansluitwaarde heeft van 2,3 MVA; of

    2. de verzoeker een organisatorische eenheid is, die zich in hoofdzaak bezig houdt met openbaar vervoer per trein, tram, of trolley, met mijnbouwkundige activiteiten, met het beheer en de exploitatie van telecommunicatie- en kabelnetwerken, met het beheer van openbare verlichting of van verkeersregelinstallaties, dan wel met riolering, bemaling, waterzuivering of transport en distributie van water waarbij deze eenheid ingevolge de technische aard van de bedrijfsuitoefening beschikt over verscheidene aansluitingen.

  2. Met de koppeling, bedoeld in het eerste lid, worden de door de verzoeker aangelegde leiding en daarmee verbonden hulpmiddelen onderdeel van het transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit en wordt de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit beschouwd als de bevoegde aanlegger hiervan als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

  3. Artikel 3.38, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het doen van een aanbod, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor «aansluiting» wordt gelezen «met koppeling te realiseren aansluiting».

  4. Met het oog op de uitvoering van het eerste lid worden in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen de voorwaarden waaraan een aangelegde leiding en daarmee verbonden hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid moeten voldoen.

Artikel 3.40

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas doet in het voor hem krachtens artikel 3.37, eerste lid, vastgestelde gebied op verzoek een aanbod tot:

    1. aanleg van een aansluiting op zijn systeem op een voor die aansluiting geschikt punt met een voor die aansluiting geschikt drukniveau; of

    2. wijziging van een aansluiting op zijn systeem, anders dan het omschakelen van die aansluiting.

  2. De transmissie- of distributiesysteembeheerder doet een aanbod als bedoeld in het eerste lid, binnen een redelijke termijn en realiseert de aansluiting binnen een redelijke termijn na aanvaarding van het aanbod.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing indien het verzoek ziet op:

    1. de aanleg van een kleine aansluiting voor het onttrekken van gas aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas ten behoeve van een te bouwen bouwwerk waarvan niet reeds op 1 juli 2018 een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was afgegeven of een bouwwerk dat na 1 januari 2015 zonder aansluiting op het distributiesysteem voor gas is gerealiseerd, tenzij een college van burgemeester en wethouders het gebied waarin dit bouwwerk wordt of is gebouwd heeft aangewezen als gebied waar aansluiting op het distributiesysteem voor gas strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang;

    2. een aansluiting voor het onttrekken van laagcalorisch gas aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas ten behoeve van een installatie die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen heeft met en in de onmiddellijke nabijheid is gelegen van een installatie die als gevolg van het verbod in artikel 2.62, eerste lid, niet meer is aangesloten op dat deel van zijn systeem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd;

    3. de aanleg van een aansluiting voor het onttrekken van gas aan het transmissie- of distributiesysteem in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen situaties waarin een transmissie- of distributiesysteem voor gas niet op economische voorwaarden kan worden ontwikkeld, beheerd en onderhouden.

  4. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas kan het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste lid weigeren indien er voor de verzochte aansluiting op grond van objectieve en technische criteria aantoonbaar onvoldoende capaciteit beschikbaar is, tenzij de verzoeker een producent is van gas uit hernieuwbare bronnen en het op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen criteria economisch verantwoord is om de capaciteit uit te breiden voor de verzochte aansluiting.

  5. Met het oog op de uitvoering van het vierde lid, wordt in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen:

    1. de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt en onderbouwt dat voor de verzochte aansluiting onvoldoende capaciteit beschikbaar is en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft;

    2. de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas aan de verzoeker verschaft over de maatregelen die hij neemt om de capaciteit uit te breiden om een aanbod op het verzoek te kunnen doen.

Artikel 3.41

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder doet op verzoek een aanbod om een aansluiting in werking te stellen, in gebruik te geven, te beheren en te onderhouden.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin een transmissie- of distributiesysteembeheerder:

    1. is gehouden een aansluiting buiten werking te stellen vanuit het belang van het goed functioneren van het stelsel van leveren, balanceren en meten; en

    2. is gehouden een aansluiting te verwijderen na beëindiging van de aansluitovereenkomst.

  3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

    1. de procedure die een transmissie- of distributiesysteembeheerder doorloopt voordat hij overgaat tot buitenwerkingstellen of verwijderen van een aansluiting;

    2. de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voorafgaand aan een buitenwerkingstelling of verwijdering aan een aangeslotene verstrekt.

Artikel 3.42

  1. Een college van burgemeester en wethouders kan gebieden aanwijzen waar de taak voor een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.40 niet geldt voor kleine aansluitingen voor het onttrekken van gas indien zich in dat gebied een andere energie-infrastructuur bevindt die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.

  2. Een college van burgemeester en wethouders meldt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt.

  3. Een college van burgemeester en wethouders meldt een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, aan de Autoriteit Consument en Markt.

  4. De Autoriteit Consument en Markt houdt een register bij van:

    1. gebieden waarvoor een besluit als bedoeld in het eerste lid geldt; en

    2. gebieden waarvoor een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, geldt.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede en derde lid, en de in het register, bedoeld in het vierde lid, te vermelden gegevens.

Artikel 3.43

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt voor een aansluiting op zijn systeem de locatie van het overdrachtspunt vast, met inachtneming van de redelijke belangen van de aangeslotene.

  2. Indien een aansluiting uit meerdere leidingen bestaat stelt de transmissie- of distributiesysteembeheerder per leiding de locatie van het overdrachtspunt vast.

  3. De betreffende transmissie- of distributiesysteembeheerders stellen gezamenlijk het overdrachtspunt van een systeemkoppeling vast.

Artikel 3.44

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder kent ten behoeve van een aansluiting op zijn systeem een primair allocatiepunt toe.

  2. Indien krachtens artikel 2.46, tweede lid, onderdeel a, is bepaald dat een plaats wordt aangemerkt als een additioneel allocatiepunt, kent een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit aan die plaats een additioneel allocatiepunt toe.

  3. Indien een aangeslotene op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit meer dan één marktdeelnemer contracteert inzake verbruik of invoeding, kent een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op verzoek van die aangeslotene een of meerdere additionele allocatiepunten toe.

Artikel 3.45

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit geeft een meetverantwoordelijke partij toegang tot zijn systeem, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.48.

  2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald tot welke delen van het systeem een meetverantwoordelijke partij toegang moet hebben en kunnen regels worden gesteld aan die toegang.

← terug naar Energiewet