-
De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 2019/943, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit aan transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit zijn opgedragen.
-
Een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit stelt op zijn systeem beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit ter beschikking.
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel c, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 715/2009, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van gas, aan transmissiesysteembeheerders voor gas zijn opgedragen.
-
Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel e, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 2019/943, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit aan distributiesysteembeheerders voor elektriciteit zijn opgedragen.
-
Een distributiesysteembeheerder voor gas die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel f, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 715/2009, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van gas aan distributiesysteembeheerders voor gas zijn opgedragen.
-
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit of gas, taken of verplichtingen aan een transmissie- of distributiesysteembeheerder worden opgedragen.
Energiewet Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Leveren, faciliteren in peer-to peer-handel en energie delen
Paragraaf 2.2.1 Algemene voorschriften over contractuele verhouding tussen eindafnemers en leveranciers
Paragraaf 2.2.2 Aanvullende voorschriften over contractuele verhouding tussen huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen en leveranciers
Paragraaf 2.2.3 Voorschriften beëindigen van leveringsovereenkomsten en leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel
Paragraaf 2.2.4 Vergunning leveranciers voor levering aan of facilitering in peer-to-peer-handel ten behoeve van eindafnemers met een kleine aansluiting
Paragraaf 2.2.5 Leveranciersmodel
Paragraaf 2.2.6 Energie delen
Paragraaf 2.2.7 Overige bepalingen
Afdeling 2.3 Terugleveren, faciliteren in peer-to-peer-handel en vraagrespons ten behoeve van actieve afnemers
Afdeling 2.4 Balanceren
Afdeling 2.5 Meten
Paragraaf 2.5.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.5.2 Verplichtingen meetverantwoordelijke partijen
Paragraaf 2.5.3 Verplichtingen voor anderen dan meetverantwoordelijke partijen
Afdeling 2.6 Overige bepalingen
Paragraaf 2.6.1 Garanties van oorsprong
Paragraaf 2.6.2 Beperken gebruik laagcalorisch gas
Paragraaf 2.6.3 Overige bepalingen
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders
Afdeling 3.2 Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Paragraaf 3.2.1 Inrichtingseisen en voorwaarden voor transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Paragraaf 3.2.2 Voorwaarden en samenwerking infrastructuurgroep
Afdeling 3.3 Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder
Paragraaf 3.3.1 Taken algemeen
Paragraaf 3.3.2 Taken inzake beheren, onderhouden en ontwikkelen
Paragraaf 3.3.3 Taken inzake aansluiten
Paragraaf 3.3.4 Taken inzake transporteren
Paragraaf 3.3.5 Taken inzake balanceren
Paragraaf 3.3.6 Taken inzake meten
Paragraaf 3.3.7 Overige en ondersteunende taken
Paragraaf 3.3.8 Bijzondere taken voor de transmissiesysteembeheerder voor gas
Paragraaf 3.3.9 Tijdelijke taken
Afdeling 3.4 Verplichtingen transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder bij taakuitoefening
Afdeling 3.5 Beheerders van bijzondere systemen
Paragraaf 3.5.1 Beheerder van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
Paragraaf 3.5.2 Interconnectorsysteembeheerder
Paragraaf 3.5.3 LNG-beheerder
Paragraaf 3.5.4 Gasopslagbeheerder
Paragraaf 3.5.5 Beheerder gesloten systeem
Afdeling 3.6 Tarieven, methoden en voorwaarden en overige verplichtingen ten aanzien van overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers, of balanceringsverantwoordelijken
Paragraaf 3.6.1 Tarieven algemeen
Paragraaf 3.6.2 Tariefreguleringsmethode vooraf vastgestelde tarieven
Paragraaf 3.6.3 Berekeningsmethoden overige tarieven
Paragraaf 3.6.4 Tarieven beheerders bijzondere systemen
Paragraaf 3.6.5 Overige methoden en voorwaarden
Paragraaf 3.6.6 Overige verplichtingen t.a.v. overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken
Afdeling 3.7 Ontheffingen nieuwe systemen
Hoofdstuk 4 Beheren en uitwisselen van gegevens
Afdeling 4.1 Gegevens en processen
Afdeling 4.2 Registers
Afdeling 4.3 Taken van de gegevensuitwisselingsentiteit
Afdeling 4.4 Overleg en afspraken
Hoofdstuk 5 Uitvoering, toezicht en handhaving
Afdeling 5.1 Uitvoering door Autoriteit Consument en Markt
Afdeling 5.2 Uitvoering door Onze Minister
Afdeling 5.3 Toezicht op de naleving
Afdeling 5.4 Handhaving
Afdeling 5.5 Verstrekken en gebruiken gegevens en inlichtingen
Afdeling 5.6 Retributies
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Afdeling 6.1 Projectbesluit
Afdeling 6.2 Investeringstoetsen
Afdeling 6.3 Beleid en advisering energiesysteem
Paragraaf 6.3.1 Nationaal plan energiesysteem
Paragraaf 6.3.2 Raad voor Energie
Afdeling 6.4 Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving
Afdeling 6.5 Verhoudingen andere wetten
Afdeling 6.6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 7.1 Wijziging andere wetten
Afdeling 7.2 Overgangsrecht
- Artikel 7.21
- Artikel 7.22
- Artikel 7.23
- Artikel 7.24
- Artikel 7.25
- Artikel 7.26
- Artikel 7.27
- Artikel 7.28
- Artikel 7.29
- Artikel 7.30
- Artikel 7.31
- Artikel 7.32
- Artikel 7.33
- Artikel 7.34
- Artikel 7.35
- Artikel 7.36
- Artikel 7.37
- Artikel 7.38
- Artikel 7.39
- Artikel 7.40
- Artikel 7.41
- Artikel 7.42
- Artikel 7.43
- Artikel 7.44
- Artikel 7.45
- Artikel 7.46
- Artikel 7.47
- Artikel 7.48
- Artikel 7.49
- Artikel 7.50
- Artikel 7.51
- Artikel 7.52
- Artikel 7.53
Afdeling 7.3 Slotbepalingen
Afdeling 3.3
Artikel 3.24
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder handelt bij de uitoefening van zijn wettelijke taken of verplichtingen redelijk, transparant en niet discriminerend.
-
Transmissie- en distributiesysteembeheerders werken bij de uitoefening van hun wettelijke taken of verplichtingen samen en verstrekken elkaar de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken of verplichtingen of die nodig zijn ter waarborging en stimulering van een effectieve deelname van marktdeelnemers op de gas- en elektriciteitsmarkt.
-
Een transmissiesysteembeheerder verstrekt buitenlandse transmissiesysteembeheerders de informatie die nodig is om de veiligheid, betrouwbaarheid en doelmatigheid, alsmede de samenhangende ontwikkeling en interoperabiliteit van de systemen te waarborgen.
-
Bij de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen houdt de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit rekening met de door de regionale coördinatiecentra, bedoeld in artikel 2, onderdeel 63, van Verordening 2019/943, opgestelde aanbevelingen.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de samenwerking wordt vormgegeven en de informatie die partijen elkaar verstrekken.
Artikel 3.25
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder waarborgt dat zijn systeem op de korte en lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transport van elektriciteit of gas en beheert, onderhoudt en ontwikkelt het systeem, onder economische voorwaarden, op zodanige wijze dat de veiligheid, betrouwbaarheid en doelmatigheid van dat systeem is gewaarborgd, en met inachtneming van de belangen van het milieu, digitalisering, energie-efficiëntie, de transitie naar een duurzaam energiesysteem en de werking van de Europese interne markt.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit neemt bij de ontwikkeling van het systeem in overweging of de inkoop van congestiebeheers- of systeembeheersdiensten verzwaring van het systeem kan voorkomen.
-
Als een transmissie- of distributiesysteembeheerder op verzoek en ten behoeve van een partij, die niet handelt in de hoedanigheid van aangeslotene of netgebruiker, werkzaamheden uitvoert in het kader van het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van zijn systeem, kan hij de redelijke kosten daarvoor in rekening brengen bij de verzoeker.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de invulling van de taak, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste tot en met derde lid.
Artikel 3.26
-
De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit ontwerpt het transmissiesysteem voor elektriciteit zodanig en houdt het zodanig in werking dat het transport van elektriciteit ook verzekerd is als zich een uitvalsituatie voordoet, in vol bedrijf, en ten tijde van onderhoud, tenzij:
het aansluitingen betreft;
bij algemene maatregel van bestuur voor een bepaalde uitvalsituatie vrijstelling is verleend;
voor een specifiek onderdeel van het systeem op aanvraag van de transmissiesysteembeheerder ontheffing is verleend door de Autoriteit Consument en Markt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verlening, wijziging en intrekking van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
Artikel 3.27
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit verplaatst op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten bovengrondse delen van systemen die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 50 kilovolt of hoger of vervangt deze door ondergrondse delen indien deze door Onze Minister zijn aangewezen.
-
Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit onderzoekt op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten de technische haalbaarheid, de ruimtelijke aspecten en de investeringskosten van het verplaatsen of vervangen van een deel van het systeem dat op grond van het eerste lid is aangewezen.
-
Onze Minister kan op aanvraag van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit ontheffing verlenen van de verplichting op grond van het eerste lid voor een in die ontheffing aangewezen deel van het systeem, indien het vervangen of verplaatsen van dat deel technisch of ruimtelijk niet haalbaar is of strijdig is met het belang van leveringszekerheid.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
de kenmerken van de systeemonderdelen die kunnen worden aangewezen;
de voorwaarden voor vervanging of verplaatsing;
de procedure voor de aanwijzing;
het deel van de kosten die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit maakt voor de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid dat wordt betaald door de verzoeker en de bestanddelen waaruit die kosten bestaan;
de volgorde waarin het verplaatsen of vervangen plaatsvindt;
de procedure voor de aanvraag van een ontheffing als bedoeld in het vierde lid.
Artikel 3.28
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit koopt niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in en doet dit volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures die deelname van alle in aanmerking komende marktdeelnemers faciliteren.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit zelf uitvoert met gebruikmaking van een volledig geïntegreerde netwerkcomponent.
-
De Autoriteit Consument en Markt kan op verzoek van een distributie- of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit ten aanzien van een specifieke niet-frequentie-ondersteunende dienst een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, als de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat de marktgebaseerde inkoop van die dienst economisch niet efficiënt is.
-
De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een ontheffing.
Artikel 3.29
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit koopt congestiebeheers- of systeembeheersdiensten, niet zijnde redispatching als bedoeld in artikel 2, onderdeel 26, van verordening 2019/943, aan volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures die deelname van alle in aanmerking komende marktdeelnemers faciliteren.
-
Ten aanzien van de aankoop van congestiebeheers- of systeembeheersdiensten kan de Autoriteit Consument en Markt een distributie- of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op verzoek een ontheffing verlenen van het eerste lid, als de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat de marktgebaseerde inkoop economisch niet efficiënt is of dat een dergelijk aankoop zou leiden tot ernstige marktverstoringen of meer congestie.
-
De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid.
-
Met het oog op de uitvoering van het eerste lid, worden in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, ten minste opgenomen de specificaties voor het inkopen van congestiebeheers- of systeembeheersdiensten en, indien van toepassing, gestandaardiseerde marktproducten voor deze diensten.
Artikel 3.30
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder treft doelmatige maatregelen om systeemverliezen te minimaliseren.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder koopt elektriciteit of gas ter dekking van zijn systeemverliezen in volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures die deelname van alle in aanmerking komende marktdeelnemers faciliteren.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder is verantwoordelijk voor de onbalans die het gevolg is van systeemverliezen binnen zijn systeem.
Artikel 3.31
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bezit, ontwikkelt, beheert of exploiteert geen elektriciteitsopslagfaciliteit, tenzij:
het gaat om een deel van een transmissie- of distributiesysteem dat de Autoriteit Consument en Markt op verzoek van een transmissie- of distributiesysteembeheerder krachtens artikel 3.32 heeft erkend als volledig geïntegreerde netwerkcomponent; of
de Autoriteit Consument en Markt op verzoek van een transmissie- of distributiesysteembeheerder krachtens artikel 3.33 ten aanzien van een specifieke elektriciteitsopslagfaciliteit een ontheffing heeft verleend.
Artikel 3.32
-
De Autoriteit Consument en Markt erkent op aanvraag van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit een elektriciteitsopslagfaciliteit als volledig geïntegreerde netwerkcomponent als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
het voldoet aan de eigenschappen van een volledig geïntegreerde netwerkcomponent; en
geschikt is voor het opslaan van elektriciteit;
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de aanvraag en de informatie die daarbij moet worden verstrekt.
Artikel 3.33
-
De Autoriteit Consument en Markt kan op verzoek van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit ten aanzien van een specifieke elektriciteitsopslagfaciliteit een ontheffing verlenen als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
de transmissie- of distributiesysteembeheerder heeft de faciliteit nodig voor de nakoming van de taak, bedoeld in artikel 3.25;
de transmissie- of distributiesysteembeheerder gebruikt de faciliteit niet om elektriciteit of een andere energiedrager te kopen of te verkopen; en
de transmissie- of distributiesysteembeheerder heeft aangetoond dat marktpartijen de faciliteit niet tegen redelijke kosten of binnen een redelijke termijn kunnen bieden.
-
De Autoriteit Consument en Markt:
kan een leidraad opstellen voor een billijke aanbestedingsprocedure voor een elektriciteitsopslagfaciliteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid;
doet mededeling aan de Europese Commissie en aan Acer van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid die is verleend aan een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit;
houdt ten minste eens in de vijf jaar een openbare raadpleging over elektriciteitsopslagfaciliteiten waarvoor een ontheffing is verleend, om de potentiële beschikbaarheid en belangstelling om in dergelijke faciliteiten te investeren, te evalueren; en
trekt een ontheffing in als uit de evaluatie, bedoeld in onderdeel c, is gebleken dat marktpartijen in staat zijn dergelijke elektriciteitsopslagfaciliteiten op een kosteneffectieve manier te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren.
-
In een besluit tot intrekking van een ontheffing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder een termijn van ten hoogste achttien maanden gesteld om het gebruik van de elektriciteitsopslagfaciliteit te beëindigen, tenzij deze krachtens artikel 3.32 is erkend als volledig geïntegreerde netwerkcomponent.
Artikel 3.34
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt periodiek een investeringsplan op.
-
In een investeringsplan is ten minste opgenomen:
een beschrijving en onderbouwing van de noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen gelet op artikel 3.25, eerste lid;
een beschrijving en onderbouwing van de congestiebeheers- of systeembeheersdiensten die de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit zal inkopen om verzwaring van het systeem te voorkomen als bedoeld in artikel 3.25, tweede lid; en
een beschrijving en onderbouwing van de uitvoering van de investeringen, bedoeld in onderdeel a, waaronder de volgorde van uitvoering van de noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen en factoren die vertraging in de uitvoering van een investering kunnen veroorzaken, en de inkoop van diensten, bedoeld in onderdeel b, voor de termijn waarvoor het investeringsplan geldt.
-
Bij de beschrijving en onderbouwing van de uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zijn ten minste opgenomen de investeringen:
waarvoor een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 de Omgevingswet is vastgesteld;
voor de ontsluiting van windparken, die zijn opgenomen in een programma als bedoeld in afdeling 3.2 de Omgevingswet;
ter uitvoering van het ontwikkelkader, bedoeld in artikel 3.83, en de daarvoor benodigde aanleg of uitbreiding van systeemkoppelingen tussen het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee en het transmissiesysteem voor elektriciteit;
die zijn opgenomen in een meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat gericht op de energie- en klimaatdoelen uit het nationale energie- en klimaatplan, bedoeld in verordening 2018/1999, en
die nodig zijn om de aanbiedingen te doen als bedoeld in artikel 3.38, derde lid, 3.40, vierde lid, artikel 3.46, tweede lid, en 3.47, tweede lid.
Artikel 3.35
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder legt een ontwerpinvesteringsplan voor aan eenieder ter consultatie en aan Onze Minister ten behoeve van het onderzoek bedoeld in het tweede lid.
-
Onze Minister onderzoekt of het ontwerpinvesteringsplan van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voldoende rekenschap geeft van:
de krachtens artikel 3.36, eerste lid, onderdeel f, vastgestelde regels;
indien het een investeringsplan van een transmissiesysteembeheerder betreft, het ingevolge verordening 2018/1999 opgestelde nationale energie- en klimaatplan; en
indien het een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit betreft, het ingevolge artikel 15 van verordening 2019/943 vastgestelde actieplan.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder verwerkt de consultatiereacties en de bevindingen van Onze Minister in het ontwerpinvesteringsplan en legt het ontwerpinvesteringsplan vervolgens ter toetsing voor aan de Autoriteit Consument en Markt.
-
De Autoriteit Consument en Markt toetst of een ontwerpinvesteringsplan voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 3.34 tot en met 3.36 gestelde eisen, waaronder of geen sprake is van overinvestering of onderinvestering in het licht van de taak, bedoeld in artikel 3.25 en of de transmissie- of distributiesysteembeheerder in redelijkheid tot het ontwerpinvesteringsplan heeft kunnen komen. De Autoriteit Consument en Markt betrekt hierbij tevens de bevindingen van Onze Minister.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt het investeringsplan vast na ontvangst van de toetsingsresultaten van de Autoriteit Consument en Markt en verantwoordt daarbij hoe deze toetsingsresultaten zijn verwerkt.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voert de in het investeringsplan opgenomen investeringen en de inkoop van congestiebeheers- of systeembeheersdiensten uit conform het investeringsplan.
Artikel 3.36
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
de termijn waarvoor het investeringsplan geldt;
de nadere inhoud en het aggregatieniveau van een investeringsplan;
de procedure waarlangs een investeringsplan tot stand komt;
de wijze waarop de noodzaak van investeringen wordt beschreven en onderbouwd;
de wijze waarop de uitvoering van de investeringen wordt beschreven en onderbouwd;
de wijze waarop de volgorde van de uitvoering van de noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen wordt bepaald, daarbij rekening houdend met het maatschappelijk belang van de investeringen;
het tijdstip en de frequentie waarmee een investeringsplan dan wel onderdelen daarvan, wordt opgesteld dan wel aangepast;
de wijze waarop en bij wie een ontwerpinvesteringsplan wordt geconsulteerd;
de wijze waarop bekendheid wordt gegeven aan een investeringsplan;
de procedure waarlangs en de wijze waarop het ontwerpinvesteringsplan door de Autoriteit Consument en Markt wordt getoetst.
-
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval verschillen voor verschillende systemen, verschillende delen van systemen met een verschillend spannings- of drukniveau en verschillende systeembeheerders.
Artikel 3.37
-
De Autoriteit Consument en Markt stelt, met inachtneming van een voorstel van de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit respectievelijk gas, voor ieder van deze systeembeheerders een gebied vast waarbinnen de betreffende systeembeheerder de taak, bedoeld in artikel 3.38, eerste lid, respectievelijk 3.40, eerste lid, verricht. De Autoriteit Consument en Markt kan daarbij tevens vaststellen in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden een distributiesysteembeheerder deze taak mag verrichten in een aangrenzend gebied.
-
De Autoriteit Consument en Markt publiceert een besluit als bedoeld in het eerste lid op een voor eenieder kenbare en toegankelijke wijze.
Artikel 3.38
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit doet in het voor hem krachtens artikel 3.37, eerste lid, vastgestelde gebied op verzoek een aanbod tot:
aanleg van een aansluiting op zijn systeem op een voor die aansluiting geschikt punt met een voor die aansluiting geschikt spanningsniveau; of
wijziging van een aansluiting op zijn systeem.
-
De transmissie- of distributiesysteembeheerder doet een aanbod als bedoeld in het eerste lid binnen een redelijke termijn en realiseert een aansluiting binnen een redelijke termijn na aanvaarding van het aanbod.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit kan het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste lid, weigeren indien en voor zo lang er voor de verzochte aansluiting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem. De transmissie- of distributiesysteembeheerder neemt passende maatregelen, waaronder de benodigde uitbreidingsinvesteringen, om zo spoedig mogelijk alsnog een aanbod te doen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen situaties waarin een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit niet op economische voorwaarden kan worden beheerd, ontwikkeld en onderhouden.
-
Met het oog op de uitvoering van het derde lid wordt in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen:
de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bepaalt en onderbouwt dat voor de verzochte aansluiting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft;
de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder aan de verzoeker verschaft over de maatregelen die hij neemt om de transportcapaciteit op zijn systeem uit te breiden om een aanbod op het verzoek te kunnen doen;
de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder aan de verzoeker verschaft over redelijkerwijs beschikbare alternatieven voor de verzochte aansluiting.
Artikel 3.39
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit doet op verzoek en met het oog op het realiseren van een aansluiting op zijn systeem een aanbod tot koppeling met zijn systeem van een door de verzoeker aangelegde leiding en daarmee verbonden hulpmiddelen, mits de leidingen en hulpmiddelen voldoen aan de voorafgaand aan de aanleg door de transmissie- of distributiesysteembeheerder gestelde technische vereisten waardoor de betrouwbaarheid van het door de transmissie- of distributiesystembeheerder beheerde systeem gewaarborgd blijft en:
de te realiseren aansluiting een minimale aansluitwaarde heeft van 2,3 MVA; of
de verzoeker een organisatorische eenheid is, die zich in hoofdzaak bezig houdt met openbaar vervoer per trein, tram, of trolley, met mijnbouwkundige activiteiten, met het beheer en de exploitatie van telecommunicatie- en kabelnetwerken, met het beheer van openbare verlichting of van verkeersregelinstallaties, dan wel met riolering, bemaling, waterzuivering of transport en distributie van water waarbij deze eenheid ingevolge de technische aard van de bedrijfsuitoefening beschikt over verscheidene aansluitingen.
-
Met de koppeling, bedoeld in het eerste lid, worden de door de verzoeker aangelegde leiding en daarmee verbonden hulpmiddelen onderdeel van het transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit en wordt de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit beschouwd als de bevoegde aanlegger hiervan als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
-
Artikel 3.38, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het doen van een aanbod, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor «aansluiting» wordt gelezen «met koppeling te realiseren aansluiting».
-
Met het oog op de uitvoering van het eerste lid worden in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen de voorwaarden waaraan een aangelegde leiding en daarmee verbonden hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid moeten voldoen.
Artikel 3.40
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas doet in het voor hem krachtens artikel 3.37, eerste lid, vastgestelde gebied op verzoek een aanbod tot:
aanleg van een aansluiting op zijn systeem op een voor die aansluiting geschikt punt met een voor die aansluiting geschikt drukniveau; of
wijziging van een aansluiting op zijn systeem, anders dan het omschakelen van die aansluiting.
-
De transmissie- of distributiesysteembeheerder doet een aanbod als bedoeld in het eerste lid, binnen een redelijke termijn en realiseert de aansluiting binnen een redelijke termijn na aanvaarding van het aanbod.
-
Het eerste lid is niet van toepassing indien het verzoek ziet op:
de aanleg van een kleine aansluiting voor het onttrekken van gas aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas ten behoeve van een te bouwen bouwwerk waarvan niet reeds op 1 juli 2018 een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was afgegeven of een bouwwerk dat na 1 januari 2015 zonder aansluiting op het distributiesysteem voor gas is gerealiseerd, tenzij een college van burgemeester en wethouders het gebied waarin dit bouwwerk wordt of is gebouwd heeft aangewezen als gebied waar aansluiting op het distributiesysteem voor gas strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang;
een aansluiting voor het onttrekken van laagcalorisch gas aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas ten behoeve van een installatie die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen heeft met en in de onmiddellijke nabijheid is gelegen van een installatie die als gevolg van het verbod in artikel 2.62, eerste lid, niet meer is aangesloten op dat deel van zijn systeem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd;
de aanleg van een aansluiting voor het onttrekken van gas aan het transmissie- of distributiesysteem in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen situaties waarin een transmissie- of distributiesysteem voor gas niet op economische voorwaarden kan worden ontwikkeld, beheerd en onderhouden.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas kan het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste lid weigeren indien er voor de verzochte aansluiting op grond van objectieve en technische criteria aantoonbaar onvoldoende capaciteit beschikbaar is, tenzij de verzoeker een producent is van gas uit hernieuwbare bronnen en het op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen criteria economisch verantwoord is om de capaciteit uit te breiden voor de verzochte aansluiting.
-
Met het oog op de uitvoering van het vierde lid, wordt in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen:
de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt en onderbouwt dat voor de verzochte aansluiting onvoldoende capaciteit beschikbaar is en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft;
de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas aan de verzoeker verschaft over de maatregelen die hij neemt om de capaciteit uit te breiden om een aanbod op het verzoek te kunnen doen.
Artikel 3.41
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder doet op verzoek een aanbod om een aansluiting in werking te stellen, in gebruik te geven, te beheren en te onderhouden.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin een transmissie- of distributiesysteembeheerder:
is gehouden een aansluiting buiten werking te stellen vanuit het belang van het goed functioneren van het stelsel van leveren, balanceren en meten; en
is gehouden een aansluiting te verwijderen na beëindiging van de aansluitovereenkomst.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
de procedure die een transmissie- of distributiesysteembeheerder doorloopt voordat hij overgaat tot buitenwerkingstellen of verwijderen van een aansluiting;
de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voorafgaand aan een buitenwerkingstelling of verwijdering aan een aangeslotene verstrekt.
Artikel 3.42
-
Een college van burgemeester en wethouders kan gebieden aanwijzen waar de taak voor een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.40 niet geldt voor kleine aansluitingen voor het onttrekken van gas indien zich in dat gebied een andere energie-infrastructuur bevindt die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.
-
Een college van burgemeester en wethouders meldt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt.
-
Een college van burgemeester en wethouders meldt een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, aan de Autoriteit Consument en Markt.
-
De Autoriteit Consument en Markt houdt een register bij van:
gebieden waarvoor een besluit als bedoeld in het eerste lid geldt; en
gebieden waarvoor een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, geldt.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede en derde lid, en de in het register, bedoeld in het vierde lid, te vermelden gegevens.
Artikel 3.43
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt voor een aansluiting op zijn systeem de locatie van het overdrachtspunt vast, met inachtneming van de redelijke belangen van de aangeslotene.
-
Indien een aansluiting uit meerdere leidingen bestaat stelt de transmissie- of distributiesysteembeheerder per leiding de locatie van het overdrachtspunt vast.
-
De betreffende transmissie- of distributiesysteembeheerders stellen gezamenlijk het overdrachtspunt van een systeemkoppeling vast.
Artikel 3.44
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder kent ten behoeve van een aansluiting op zijn systeem een primair allocatiepunt toe.
-
Indien krachtens artikel 2.46, tweede lid, onderdeel a, is bepaald dat een plaats wordt aangemerkt als een additioneel allocatiepunt, kent een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit aan die plaats een additioneel allocatiepunt toe.
-
Indien een aangeslotene op een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit meer dan één marktdeelnemer contracteert inzake verbruik of invoeding, kent een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op verzoek van die aangeslotene een of meerdere additionele allocatiepunten toe.
Artikel 3.45
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit geeft een meetverantwoordelijke partij toegang tot zijn systeem, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.48.
-
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald tot welke delen van het systeem een meetverantwoordelijke partij toegang moet hebben en kunnen regels worden gesteld aan die toegang.
Artikel 3.46
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit doet op verzoek een aanbod tot het verzorgen van transport van elektriciteit over zijn systeem.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit kan het doen van een aanbod weigeren, indien en voor zo lang er voor het verzochte transport op grond van objectieve en technische criteria aantoonbaar onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem. De transmissie- of distributiesysteembeheerder neemt passende maatregelen om zo spoedig mogelijk een aanbod te doen.
-
In de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, wordt in ieder geval opgenomen:
met het oog op de uitvoering van het eerste lid, de voorwaarden voor een aanbod van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit tot het verzorgen van transport van elektriciteit over zijn systeem aan meerdere aangeslotenen gezamenlijk;
met het oog op de uitvoering van het tweede lid, de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bepaalt en onderbouwt dat onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft.
Artikel 3.47
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas doet op verzoek een aanbod tot het verzorgen van transport van gas over zijn systeem.
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas kan het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste lid weigeren indien er voor het verzochte transport op grond van objectieve en technische criteria aantoonbaar onvoldoende capaciteit beschikbaar is op zijn systeem, tenzij het verzoek invoeding van gas uit hernieuwbare bronnen betreft en het op grond van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen criteria economisch verantwoord is om de transportcapaciteit uit te breiden voor het verzochte transport.
-
Met het oog op de uitvoering van het tweede lid, wordt in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen:
de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt en onderbouwt dat voor het verzochte transport onvoldoende capaciteit beschikbaar is op zijn systeem en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft;
de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas aan de verzoeker verschaft over de maatregelen die hij neemt om de capaciteit uit te breiden om een aanbod op het verzoek te kunnen doen.
Artikel 3.48
-
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas:
accepteert op zijn systeem gas dat voldoet aan de invoedspecificaties volgens bij ministeriële regeling gestelde regels;
weert gas op zijn systeem dat niet voldoet aan deze specificaties; en
draagt er zorg voor dat gas dat op afleverpunten van het systeem wordt afgenomen voldoet aan de afleverspecificaties die Onze Minister bij ministeriële regeling vaststelt.
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas mengt, bewerkt of behandelt gas dat op zijn systeem wordt ingevoed zo nodig teneinde te voldoen aan het eerste lid, aanhef en onderdeel c.
-
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, kan een transmissie- of distributiesysteembeheerder de invoeding van gas dat voldoet aan de krachtens dat artikellid gestelde invoedspecificaties weigeren, indien die invoeding ertoe zou leiden dat de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas niet in redelijkheid kan voldoen aan het eerste lid, aanhef en onderdeel c.
-
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, accepteert een transmissiesysteembeheerder voor gas op verzoek invoeding van gas dat niet voldoet aan de krachtens het eerste lid, aanhef en onderdeel a, gestelde invoedspecificaties, indien hij dit redelijkerwijs en met gebruikmaking van het systeem kan mengen en kan voldoen aan het eerste lid, aanhef en onderdeel c.
-
Een transmissiesysteembeheerder voor gas accepteert op verzoek invoeding van waterstofgas of andere gasvormige stoffen dan gas, indien hij dit redelijkerwijs en met gebruikmaking van het systeem kan mengen en kan voldoen aan het eerste lid, aanhef en onderdeel c.
-
De invoedspecificaties en de afleverspecificaties, bedoeld in het eerste lid kunnen in ieder geval verschillen voor invoed- en afleverpunten en naar energie-inhoud, drukniveau en regio.
Artikel 3.49
-
De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit:
treft voorzieningen voor de balancering van het door hem beheerde systeem en alle in Nederland aanwezige en onderling verbonden systemen voor elektriciteit; en
faciliteert balanceringsverantwoordelijken voor elektriciteit om hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de balans van het systeem uit te voeren.
-
Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit faciliteert de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit bij de administratieve afhandeling van de balancering, bedoeld in het eerste lid.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de handelingen van een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit ter uitvoering van het tweede lid.
-
Als een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit een dienst in de vorm van een verandering in de elektriciteitsbelasting koopt bij een marktdeelnemer die vraagresponsdiensten levert:
past de transmissiesysteembeheerder het elektriciteitsprogramma aan van de balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit die actief is op het betreffende allocatiepunt waarvan de flexibiliteit afkomstig is; en
verrekent de transmissiesysteembeheerder de in het elektriciteitsprogramma aangepaste hoeveelheid elektriciteit tussen de marktdeelnemer die vraagresponsdiensten levert en de balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit die actief is op het betreffende allocatiepunt waarvan de flexibiliteit afkomstig is conform een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen berekeningsmethode.
-
Bij de uitvoering van het eerste en tweede lid gebruikt een systeembeheerder voor elektriciteit van aangeslotenen met een kleine aansluiting ten hoogste meetgegevens per kwartier en aggregeert bij eerste gelegenheid de meetgegevens van de aangeslotenen op zijn systeem.
Artikel 3.50
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas:
treft voorzieningen voor de balancering van het door hem beheerde systeem; en
faciliteert balanceringsverantwoordelijken voor gas om hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de balans van het systeem uit te voeren.
-
Een distributiesysteembeheerder voor gas faciliteert de transmissiesysteembeheerder voor gas bij de administratieve afhandeling van de balancering, bedoeld in het eerste lid.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de handelingen van een distributiesysteembeheerder voor gas ter uitvoering van het tweede lid.
-
Een transmissiesysteembeheerder voor gas verschaft een balanceringsverantwoordelijke voor gas actuele en zo correct en volledig mogelijke informatie over:
de mate waarin zijn balanceringsportfolio in evenwicht is; en
de mate waarin het landelijk transportsysteem in evenwicht is.
-
Bij de uitvoering van het eerste en tweede lid aggregeert een systeembeheerder voor gas bij eerste gelegenheid de meetgegevens van de aangeslotenen op zijn systeem.
Artikel 3.51
-
Een distributiesysteembeheerder stelt aan een aangeslotene met een kleine aansluiting voor elektriciteit of gas, die op grond van artikel 2.46, eerste lid, over een meetinrichting moet beschikken, een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit beschikbaar, installeert deze op of nabij het overdrachtspunt en doet een aanbod om de meetinrichting in gebruik te geven en te beheren.
-
Indien een distributiesysteembeheerder redelijkerwijs niet in staat is een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit bij een aangeslotene met een kleine aansluiting te plaatsen en de oorzaak daarvan niet in de macht van de aangeslotene ligt, stelt de distributiesysteembeheerder een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit ter beschikking, installeert deze op of nabij het overdrachtspunt en doet een aanbod om de meetinrichting in gebruik te geven en te beheren.
-
Een distributiesysteembeheerder die krachtens artikel 2.46, tweede lid, onderdeel b, een meetinrichting installeert en beheert, stelt een meetinrichting beschikbaar, installeert deze op of nabij de andere plaats en doet een aanbod om de meetinrichting in gebruik te geven en te beheren.
-
Een distributiesysteembeheerder doet aan een aangeslotene met een kleine aansluiting voor elektriciteit of gas op diens verzoek een aanbod om binnen vier maanden een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit ter beschikking te stellen:
in het geval het eerder technisch onmogelijk was een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit te plaatsen; of
ter vervanging van een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit.
Artikel 3.52
Bij ministeriële regeling kunnen inzake aangeslotenen met een kleine aansluiting regels worden gesteld over:
de installatie en het beheer van meetinrichtingen;
de administratie in verband met het vervangen, installeren of verwijderen van meetinrichtingen;
de informatieverstrekking door een distributiesysteembeheerder over het gebruik en de mogelijkheden van een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit.
Artikel 3.53
-
Een distributiesysteembeheerder schakelt op verzoek van een aangeslotene met een kleine aansluiting de communicatiefunctionaliteit administratief aan of uit.
-
Indien een distributiesysteembeheerder op grond van artikel 3.51, eerste lid, een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit ter beschikking stelt aan een aangesloten met een kleine aansluiting, kan de aangeslotene deze weigeren. In dat geval stelt de distributiesysteembeheerder een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit ter beschikking, installeert deze op of nabij het overdrachtspunt en doet een aanbod om de meetinrichting in gebruik te geven en te beheren.
-
Een distributiesysteembeheerder zendt Onze Minister de persoonsgegevens van een aangeslotene met een kleine aansluiting indien hij deze aangeslotene een meetinrichting die voldoet aan de krachtens artikel 2.46, derde lid, gestelde eisen ter beschikking heeft gesteld maar dit niet heeft geleid tot installatie van die meetinrichting.
Artikel 3.54
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas stelt aan een aangeslotene op zijn systeem voor gas nabij het overdrachtspunt een meetinrichting beschikbaar, installeert deze en doet een aanbod om de meetinrichting in gebruik te geven en te beheren indien de aangeslotene:
uitsluitend gas afneemt;
een beheerder van een gesloten systeem voor gas is.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de installatie en het beheer van meetinrichtingen.
Artikel 3.55
-
Een systeembeheerder beschikt op of nabij het overdrachtspunt van een systeemkoppeling over een meetinrichting die voldoet aan de krachtens het tweede lid gestelde eisen.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen en functionaliteiten waaraan een meetinrichting of een onderdeel van een meetinrichting, bedoeld in het eerste lid, ten minste moet voldoen.
Artikel 3.56
-
Een systeembeheerder draagt er zorg voor dat op zijn systeemkoppeling een meetverantwoordelijke partij actief is die de meetinrichting als bedoeld in artikel 3.55, eerste lid, installeert en beheert en wijst gezamenlijk met de bij een systeemkoppeling betrokken andere systeembeheerder een meetverantwoordelijke partij aan.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een systeemkoppeling tussen het transmissiesysteem voor gas en een distributiesysteem voor gas.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de installatie en het beheer van meetinrichtingen.
Artikel 3.57
-
Een distributiesysteembeheerder verzamelt, valideert en stelt de meetgegevens vast van aangeslotenen met een kleine aansluiting voor elektriciteit of gas, die beschikken over een door een distributiesysteembeheerder op grond van artikel 3.51 geïnstalleerde meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit aan staat, indien dit noodzakelijk is voor:
het uitvoeren van de verplichtingen van een marktdeelnemer of balanceringsverantwoordelijke op grond van hoofdstuk 2;
het uitvoeren van taken of verplichtingen bij of krachtens hoofdstuk 3.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
welke meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;
de frequentie waarmee meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld, waarbij:
- 1°
de intervalfrequentie van verbruiks- invoedgegevens niet hoger is dan een kwartier; en
- 2°
verbruiks- en invoedgegevens ten hoogste één maal per dag worden verzameld;
- 1°
de wijze waarop meetgegevens worden verzameld;
nauwkeurigheidseisen bij het verzamelen van meetgegevens;
methoden voor het herleiden en berekenen van de hoeveelheid gas en de energie-inhoud van het gas;
methoden voor het herleiden en berekenen ten behoeve van het valideren en vaststellen van meetgegevens.
Artikel 3.58
Een distributiesysteembeheerder verzamelt, valideert en stelt de meetgegevens vast van aangeslotenen met een kleine aansluiting voor elektriciteit of gas, die bij het overdrachtspunt beschikken over een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt:
bij de vervanging van een meetinrichting;
bij een aanpassing van een aansluiting;
bij een aanpassing van een meetinrichting;
bij aanwijzingen van onbetrouwbaarheid of onvolledigheid van meetgegevens, volgens bij ministeriële regeling te bepalen criteria.
Artikel 3.59
-
Een transmissiesysteembeheerder voor gas verzamelt, valideert en stelt de meetgegevens vast van een aangeslotene op zijn systeem indien de aangeslotene:
uitsluitend gas onttrekt;
een beheerder van een gesloten systeem voor gas is.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
welke meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;
de frequentie waarmee meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;
de wijze waarop meetgegevens worden verzameld;
nauwkeurigheidseisen bij het verzamelen van meetgegevens;
methoden voor het herleiden en berekenen van de hoeveelheid gas en de energie-inhoud van het gas;
methoden voor het herleiden en berekenen ten behoeve van het valideren en vaststellen van meetgegevens.
Artikel 3.60
-
Een meetverantwoordelijke partij, bedoeld in artikel 3.56, eerste lid, verzamelt, valideert en stelt de meetgegevens vast op een systeemkoppeling.
-
Een transmissiesysteembeheerder voor gas verzamelt, valideert en stelt de meetgegevens vast op een systeemkoppeling tussen zijn systeem en een distributiesysteem voor gas.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
welke meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;
de frequentie waarmee meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;
de wijze waarop meetgegevens worden verzameld;
nauwkeurigheidseisen bij het verzamelen van meetgegevens;
methoden voor het herleiden en berekenen van de hoeveelheid gas en de energie-inhoud van het gas;
methoden voor het herleiden en berekenen ten behoeve van het valideren en vaststellen van meetgegevens.
Artikel 3.61
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas en een distributiesysteembeheerder past een door Onze Minister goedgekeurd protocol voor een steekproefsgewijze controle van in gebruik zijnde meetinrichtingen op de bij of krachtens artikel 2.46, derde lid, en de bij of krachtens artikel 5 van de Metrologiewet gestelde eisen.
-
Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan het protocol.
Artikel 3.62
Een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas heeft, indien Onze Minister hem dit opdraagt, tot taak werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van verordening 2019/941 respectievelijk verordening 2017/1938.
Artikel 3.63
Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt op verzoek van een aangeslotene op haar systeem, of van een aangeslotene op een gesloten systeem dat met haar systeem is verbonden, vast:
of diens installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare bronnen, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of uit andere bronnen dan wel of sprake is van een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling;
of de inrichting om te meten, die wordt gebruikt in de installatie geschikt is voor de meting van de hoeveelheid elektriciteit of gas die is geproduceerd; en
in geval van omzetting van energie in een andere vorm van energie, of de inrichting om te meten, die wordt gebruikt in de installatie geschikt is voor de meting van de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen of uit andere bronnen die is gebruikt voor de opwekking van de hoeveelheid, bedoeld in onderdeel b.
Artikel 3.64
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas treft voorzieningen om vergunninghouders in staat te stellen de levering van gas aan alle aangeslotenen met een kleine aansluiting te verzorgen in perioden van extreme koude.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de perioden van extreme koude en de te treffen voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.65
De transmissiesysteembeheerder voor gas zet, ten behoeve van aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken, indien noodzakelijk, gelet op het verschil tussen de kwaliteit van het zich in het transmissiesysteem bevindende gas en het aan het transmissiesysteem te onttrekken gas:
- 1°
gas met een hogere energie-inhoud administratief of fysiek om naar een lagere energie-inhoud;
- 2°
gas met een lagere energie-inhoud administratief om naar een hogere energie-inhoud, voor zover er gas met een hogere energie-inhoud voor omzetting beschikbaar is;
tenzij dit redelijkerwijs niet van een transmissiesysteembeheerder voor gas kan worden gevergd.
Artikel 3.66
-
Een transmissiesysteembeheerder voor gas biedt jaarlijks voor een bij ministeriële regeling te bepalen datum, na raadpleging van de representatieve organisaties van aangeslotenen aan Onze Minister een overzicht aan met daarin:
de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas die in een gasjaar benodigd zijn om te voorzien in de gasvraag van eindafnemers;
de capaciteit die in een gasjaar benodigd is om eindafnemers van zowel hoog- als laagcalorisch gas te voorzien en de middelen en methoden daarvoor beschikbaar zijn;
de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas die gedurende het gasjaar moeten worden opgeslagen om de in onderdeel a bedoelde hoeveelheid gas op betrouwbare wijze te kunnen leveren en de in onderdeel b bedoelde capaciteit op betrouwbare wijze beschikbaar te hebben; en
de vraagontwikkeling voor de komende vijf jaar naar hoog- en laagcalorisch gas.
-
Het overzicht bevat ten minste een beschrijving van:
de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas en de bijbehorende capaciteiten, benodigd om eindafnemers in de volgende gevallen van gas te voorzien:
- 1°
extreme temperaturen gedurende een zeven dagen durende piekperiode die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar;
- 2°
een periode van dertig dagen met een uitzonderlijk hoge gasvraag die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar; en
- 3°
een periode van dertig dagen in het geval van verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur onder gemiddelde winterse omstandigheden.
- 1°
de gewenste vulniveaus en de benodigde functionaliteiten van de gasopslaginstallaties voor respectievelijk hoog- en laagcalorisch gas;
het verwachte planmatig onderhoud aan de installaties van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de daaruit voortvloeiende transportbeperkingen;
de verwachte ontwikkeling in de samenstelling van het hoogcalorisch gas;
de optimale inzet van andere middelen en methoden, waaronder:
- 1°
de beschikbare conversiecapaciteit per gasjaar om gas met een hogere energie-inhoud om te zetten naar gas met een lagere energie-inhoud;
- 2°
gasopslaginstallaties en LNG-installaties;
- 3°
de beschikbare capaciteit op de grenspunten;
- 4°
de verwachte productie van gas uit hernieuwbare energiebronnen; en
- 5°
de inzet van de reservemiddelen waarover de netbeheerder van het landelijk gastransportnet beschikt om gas met een hogere energie-inhoud om te zetten naar gas met een lagere energie-inhoud, in het geval van een dag met een uitzonderlijk hoge vraag naar gas die zich met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar voordoet.
- 1°
de verwachte vraag naar hoog- en laagcalorisch gas van verschillende categorieën eindafnemers.
-
Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevat ten minste een beschrijving van:
de verwachte vraag naar hoog- en laagcalorisch gas waarbij een onderscheid in vraag tussen verschillende categorieën eindafnemers wordt aangegeven;
de verwachte vraag naar hoog- en laagcalorisch gas waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar verschillende temperatuurscenario’s; en
de verwachte inzet van de middelen en methoden.
-
Bij ministeriële regeling wordt de datum, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht.
Artikel 3.67
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas heeft, in het belang van het planmatig beheer van voorkomens van gas, ter verzekering op lange termijn van een behoedzaam en rationeel gebruik van deze natuurlijke hulpbron tot taak zorg te dragen voor de inname en het transport van gas uit de gasvoorkomens in gebieden binnen Nederland en op het continentaal plat.
-
Indien de transmissiesysteembeheerder voor gas ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak moet investeren in de aanleg of uitbreiding van het transmissiesysteem dan meldt hij dit voornemen aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de melding.
-
Onze Minister besluit binnen 13 weken nadat de melding is gedaan, of een investering als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk is, gelet op het belang, bedoeld in het eerste lid. Indien Onze Minister besluit dat de investering niet noodzakelijk is, wordt de transmissiesysteembeheerder voor gas geacht te zijn ontheven van de in het eerste lid bedoelde taak voor dat voorkomen.
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas overlegt jaarlijks aan Onze Minister een overzicht, waarin ten aanzien van de eerstvolgende twintig jaar ramingen zijn opgenomen met betrekking tot de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder vermelding van daarbij gehanteerde vooronderstellingen en relevante onderscheiden.
Artikel 3.68
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas kan, ten einde te waarborgen dat hij de taken, bedoeld in artikel 3.67 zo doelmatig mogelijk kan uitvoeren, voorwaarden stellen aan de wijze waarop het gas van de houders van Nederlandse winningsvergunningen dan wel degene met wie voor het gebruik van die vergunning een overeenkomst is gesloten inzake het voor gezamenlijke rekening winnen van gas, wordt ingenomen.
-
Systeembeheerders, marktdeelnemers, netgebruikers en aangeslotenen verstrekken de transmissiesysteembeheerder voor gas desgevraagd tijdig voldoende inlichtingen en gegevens om te waarborgen dat hij de taken, bedoeld in het eerste lid kan uitvoeren.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde voorwaarden en de in het tweede lid genoemde gegevens en inlichtingen.
Artikel 3.69
De transmissiesysteembeheerder voor gas verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die hij nodig heeft voor de toepassing van artikel 3.67, tweede lid.
Artikel 3.70
De transmissiesysteembeheerder voor gas schakelt een aangeslotene op zijn systeem die ingevolge artikel 2.62, tweede lid, heeft gemeld dat diens aansluiting omgeschakeld moet worden, om overeenkomstig de planning of aangepaste planning, bedoeld in artikel 3.71, eerste lid, onderscheidenlijk tweede of derde lid, of, indien op grond van artikel 2.64, eerste lid, een ontheffing is verleend aan de betrokken aangeslotene, overeenkomstig de aangepaste planning die aan die ontheffing ten grondslag ligt.
Artikel 3.71
-
Ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.70, informeert de transmissiesysteembeheerder voor gas de betrokken aangeslotene en Onze Minister over de planning van de omschakeling, voorzien van een onderbouwing van de benodigde tijd voor de onderscheiden activiteiten ten behoeve van de omschakeling en de mate waarin rekening is gehouden met de gegevens, bedoeld in artikel 2.63, tweede lid.
-
Indien de planning, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de aangeslotene of de transmissiesysteembeheerder voor gas als gevolg van gewijzigde omstandigheden aanpassing behoeft, stelt de transmissiesysteembeheerder voor gas, in afstemming met de aangeslotene, een aangepaste planning op en informeert Onze Minister hier zo spoedig mogelijk over. De aangepaste planning wordt voorzien van een onderbouwing van elke afwijking ten opzichte van de eerder ingediende planning.
-
Onze Minister kan de transmissiesysteembeheerder voor gas een bindende gedragslijn opleggen in verband met de planning of aangepaste planning van de onderscheiden activiteiten ten behoeve van de omschakeling, indien dit naar zijn oordeel in het belang is van de zo spoedig mogelijke afbouw of beëindiging van de gaswinning uit het gebied dat is aangewezen in de bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning of in het economisch belang is van de aangeslotene. De transmissiesysteembeheerder voor gas stuurt binnen vier weken na ontvangst van de bindende gedragslijn een aangepaste planning aan Onze Minister en de betrokken aangeslotene.
Artikel 3.72
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas zendt binnen een maand na afloop van een gasjaar een rapportage aan Onze Minister over:
de voortgang van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.70, in relatie tot de geldende planning;
in hoeverre het onttrekken van laagcalorisch gas aan het transmissie- of distributiesysteem door een aangeslotene als bedoeld in artikel 2.62, eerste lid, via diens aansluiting is beëindigd.
-
Onze Minister verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na ontvangst daarvan aan de Autoriteit Consument en Markt.
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas informeert de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na inwerkingtreding van dit artikel welke aangeslotenen in de gasjaren 2016/2017, 2017/2018 en 2018/2019 in ten minste twee van die gasjaren meer dan 100 miljoen m3(n) gas hebben onttrokken via diens aansluiting die verbonden is met dat deel van het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd, en verstrekt daarbij tevens informatie over de hoeveelheid gas dat per betrokken aansluiting in de hiervoor genoemde gasjaren is onttrokken.
-
De transmissiesysteembeheerder voor gas verstrekt de Autoriteit Consument en Markt desgevraagd informatie over de hoeveelheid gas die een aangeslotene als bedoeld in het derde lid, via diens aansluiting heeft onttrokken aan dat deel van het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd.
-
De transmissie- of distributiesysteembeheerders informeren de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na afloop van een gasjaar welke aangeslotenen in het voorgaande gasjaar meer dan 100 miljoen m3(n) gas hebben onttrokken aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd, of, voor zover van toepassing, dat geen enkele aangeslotene in dat gasjaar meer dan 100 miljoen m3(n) gas heeft onttrokken aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd.
-
Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder in een gasjaar een aansluiting heeft gerealiseerd waarmee installaties van gas worden voorzien waarvan hij vermoedt dat die behoren tot eenzelfde onderneming of instelling, die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, en die al door hem van een aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd zijn voorzien, informeert hij de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na afloop van dat gasjaar over het realiseren van die aansluiting en de locatie daarvan. De transmissie- of distributiesysteembeheerder verstrekt daarbij tevens informatie over de betrokken aangeslotene of aangeslotenen en de hoeveelheid gas die in dat voorafgaande gasjaar door middel van elke afzonderlijke aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd, is onttrokken.
-
Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder in een gasjaar op grond een aansluiting heeft gerealiseerd waarmee installaties van gas worden voorzien, waarvan hij vermoedt dat die behoren tot eenzelfde onderneming of instelling, die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, en al door een andere transmissie- of distributiesysteembeheerder van een aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd zijn voorzien, informeert hij die andere transmissie- of distributiesysteembeheerder en de Autoriteit Consument en Markt over dit vermoeden. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt verstrekken beide systeembeheerders de informatie, bedoeld in het zesde lid.
Artikel 3.73
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen één of meer andere taken dan de op grond van deze wet opgedragen taken voor een bij die maatregel te bepalen periode van ten hoogste tien jaren per taak worden toegestaan aan een transmissie- of distributiesysteembeheerder indien:
deze taken verband houden met de op grond van deze wet opgedragen taken;
deze taken van belang zijn voor het toekomstig beheer van het systeem; en
marktpartijen niet of in beperkte mate in de uitvoering van de taken voorzien.
-
Indien het een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit betreft, beoordeelt Autoriteit Consument en Markt voorafgaand aan het toekennen van een taak als bedoeld in het eerste lid, de noodzaak van de toekenning.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de voortzetting of beëindiging van een overeenkomstig het eerste lid opgedragen taak.
-
Bij het toekennen van een tijdelijke taak als bedoeld in het eerste lid kunnen voorwaarden worden gesteld en kan worden bepaald dat voor de uitvoering van die taak een tarief in rekening wordt gebracht bij degenen ten behoeve van wie de tijdelijke taak wordt uitgevoerd.