Energiewet Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Energiemarkten
Afdeling 2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 2.2 Leveren, faciliteren in peer-to peer-handel en energie delen
Paragraaf 2.2.1 Algemene voorschriften over contractuele verhouding tussen eindafnemers en leveranciers
Paragraaf 2.2.2 Aanvullende voorschriften over contractuele verhouding tussen huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen en leveranciers
Paragraaf 2.2.3 Voorschriften beëindigen van leveringsovereenkomsten en leveringsovereenkomsten inzake peer-to-peer-handel
Paragraaf 2.2.4 Vergunning leveranciers voor levering aan of facilitering in peer-to-peer-handel ten behoeve van eindafnemers met een kleine aansluiting
Paragraaf 2.2.5 Leveranciersmodel
Paragraaf 2.2.6 Energie delen
Paragraaf 2.2.7 Overige bepalingen
Afdeling 2.3 Terugleveren, faciliteren in peer-to-peer-handel en vraagrespons ten behoeve van actieve afnemers
Afdeling 2.4 Balanceren
Afdeling 2.5 Meten
Afdeling 2.6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 3 Beheer van elektriciteits- en gassystemen
Afdeling 3.1 Aanwijzen, certificeren en erkennen van systeembeheerders
Afdeling 3.2 Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
Afdeling 3.3 Taken transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder
Afdeling 3.4 Verplichtingen transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder bij taakuitoefening
Afdeling 3.5 Beheerders van bijzondere systemen
Afdeling 3.6 Tarieven, methoden en voorwaarden en overige verplichtingen ten aanzien van overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers, of balanceringsverantwoordelijken
Paragraaf 3.6.1 Tarieven algemeen
Paragraaf 3.6.2 Tariefreguleringsmethode vooraf vastgestelde tarieven
Paragraaf 3.6.3 Berekeningsmethoden overige tarieven
Paragraaf 3.6.4 Tarieven beheerders bijzondere systemen
Paragraaf 3.6.5 Overige methoden en voorwaarden
Paragraaf 3.6.6 Overige verplichtingen t.a.v. overeenkomsten met aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken
Afdeling 3.7 Ontheffingen nieuwe systemen
Hoofdstuk 4 Beheren en uitwisselen van gegevens
Hoofdstuk 5 Uitvoering, toezicht en handhaving
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 3.2

Inrichting en voorwaarden transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders

Artikel 3.10

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder maakt geen deel uit van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt; onverminderd artikel 3.19, tweede lid, onderdeel d.

  2. Rechtspersonen en vennootschappen die deel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt, houden geen aandelen in een transmissie- of distributiesysteembeheerder of in een rechtspersoon die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een transmissie- of distributiesysteembeheerder behoort en nemen niet deel in een vennootschap die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een transmissie- of distributiesysteembeheerder behoort. Dit verbod is niet van toepassing op het houden van aandelen in, of deel nemen aan een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet collectieve warmte, die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een transmissie- of distributiebeheerder hoort, of een rechtspersoon of vennootschap die werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid, van de Wet collectieve warmte voor het aangewezen warmtebedrijf uitvoert en die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een ook een transmissie- of distributiebeheerder hoort.

  3. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder of een met die beheerder verbonden groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:

    1. houdt geen aandelen in een rechtspersoon die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt of in een rechtspersoon die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een rechtspersoon behoort die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt;

    2. neemt niet deel in een vennootschap die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt of in een vennootschap die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt.

    Dit verbod is niet van toepassing op een verbonden groepsmaatschappij die aandelen houdt in, of deelneemt aan een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet collectieve warmte of een rechtspersoon of vennootschap die werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid, van de Wet collectieve warmte voor het aangewezen warmtebedrijf uitvoert.

  4. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder is zodanig ingericht dat:

    1. een natuurlijk persoon of rechtspersoon die directe of indirecte zeggenschap uitoefent over een rechtspersoon of vennootschap die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt, niet gelijktijdig directe of indirecte zeggenschap of enig recht uitoefent over een transmissiesysteembeheerder, distributiesysteembeheerder of diens systemen; en

    2. een natuurlijk persoon of rechtspersoon die directe of indirecte zeggenschap uitoefent over een transmissiesysteembeheerder, een distributiesysteembeheerder of diens systemen, niet gelijktijdig directe of indirecte zeggenschap of enig recht uitoefent over een rechtspersoon of vennootschap die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt.

  5. Onder enig recht als bedoeld in het vierde lid wordt in ieder geval verstaan het recht om stemrechten uit te oefenen, de bevoegdheid om leden aan te wijzen van de raad van bestuur of de raad van toezicht of een rechtspersoon die het bedrijf juridisch vertegenwoordigt of het hebben van een meerderheidsaandeel.

  6. Voor de toepassing van het derde lid worden twee afzonderlijke overheidsorganen die direct of indirect zeggenschap uitoefenen over, enerzijds, een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem en, anderzijds, over een rechtspersoon of vennootschap die elektriciteit, gas of waterstofgas produceert, levert of daarin handelt, niet als dezelfde persoon of dezelfde personen beschouwd.

  7. Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder produceren van elektriciteit niet verstaan het door een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit opwekken en vervolgens gebruiken van die elektriciteit bij:

    1. de uitvoering van een niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst met een volledig geïntegreerd netwerkcomponent, bedoeld in artikel 3.28, tweede lid;

    2. het voorzien in een niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst indien hiervoor aan hem een ontheffing als bedoeld in artikel 3.28, derde lid, is verleend;

    3. het voorzien in congestiebeheers- of systeembeheersdiensten indien hiervoor aan hem een ontheffing als bedoeld in artikel 3.29, tweede lid is verleend;

    4. het weer omzetten van opgeslagen energie in elektrische energie met behulp van een elektriciteitsopslagfaciliteit die op grond van artikel 3.32, eerste lid, door de Autoriteit Consument en Markt is erkend als volledig geïntegreerde netwerkcomponent of waarvoor de Autoriteit Consument en Markt een ontheffing als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, heeft verleend.

  8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter implementatie van artikel 43 van richtlijn 2019/944 en artikel 9 van richtlijn 2009/73.

Artikel 3.11

  1. De artikelen 155a, 158 tot en met 161a en 164 dan wel 265a, 268 tot en met 271a en 274 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op een transmissiesysteembeheerder en haar statuten worden dienovereenkomstig ingericht.

  2. Als een transmissiesysteembeheerder een afhankelijke maatschappij is in de zin van artikel 152 of artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is het eerste lid niet van toepassing.

  3. In het in het tweede lid bedoelde geval:

    1. voldoet een rechtspersoon waarvan de transmissiesysteembeheerder een afhankelijke maatschappij is aan de in het eerste en tweede lid genoemde eisen; en

    2. beschikt de raad van commissarissen van de rechtspersoon waarvan de transmissiesysteembeheerder een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden tot goedkeuring van de besluiten van het bestuur van de transmissiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 3.12

  1. De statuten van een distributiesysteembeheerder bevatten in elk geval:

    1. de instelling van een raad van commissarissen;

    2. de bepaling dat de aandeelhouders het kader vaststellen voor het bezoldigingsbeleid van de bestuurders;

    3. in afwijking van artikel 129, derde lid, of artikel 239, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de bepaling dat aan de goedkeuring van de raad van commissarissen ten minste zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en

    4. de bepaling dat het reserveren en uitkeren van de jaarlijkse winst geschiedt met de instemming van de aandeelhouders en met inachtneming van de uitvoering van de aan de distributiesysteembeheerder opgedragen taak, bedoeld in artikel 3.25, eerste lid.

  2. Als een distributiesysteembeheerder een afhankelijke maatschappij is als bedoeld in artikel 152 of 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, behoeven de statuten van die distributiesysteembeheerder, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, niet te voorzien in de instelling van een raad van commissarissen.

  3. In het in het tweede lid bedoelde geval:

    1. voldoet een rechtspersoon waarvan de distributiesysteembeheerder een afhankelijke maatschappij is aan de in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, genoemde eisen; en

    2. beschikt de raad van commissarissen van de distributiesysteembeheerder, bedoeld in onderdeel a, waarvan de distributiesysteembeheerder een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten aanzien van het bestuur van de distributiesysteembeheerder.

Artikel 3.13

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt het door hem beheerde systeem of een deel daarvan niet beschikbaar als zekerheid voor het aantrekken van financiële middelen anders dan voor hemzelf.

Artikel 3.14

  1. De aandelen in een transmissiesysteembeheerder berusten direct of indirect bij de Staat der Nederlanden.

  2. De aandelen in een distributiesysteembeheerder berusten direct of indirect bij één of meer openbare lichamen.

  3. Onder indirect berusten van aandelen wordt verstaan dat de aandelen in een transmissiesysteembeheerder of distributiesysteembeheerder berusten bij één of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden respectievelijk een openbaar lichaam of bij een rechtspersoon die een volledige dochtermaatschappij is van één of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door de staat respectievelijk één of meer openbare lichamen.

  4. Onverminderd artikel 3.13, berust de onbezwaarde eigendom van een transmissiesysteem direct of indirect bij de transmissiesysteembeheerder.

  5. Onverminderd artikel 3.13, berust de onbezwaarde eigendom van een distributiesysteem direct of indirect bij de distributiesysteembeheerder.

  6. Onder indirect berusten van eigendom van een systeem wordt verstaan dat de eigendom van een transmissie- of distributiesysteem berust bij een rechtspersoon waarvan alle aandelen worden gehouden door de transmissie- of distributiesysteembeheerder.

  7. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien voor een transmissie- of distributiesysteem een beheerder van een gesloten systeem is aangewezen.

Artikel 3.15

  1. In afwijking van artikel 3.14, eerste lid, kunnen aandelen in een transmissiesysteembeheerder direct of indirect berusten bij een buitenlandse instelling die op grond van nationale wettelijke regels is belast met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 35, van richtlijn 2019/944, of in artikel 2, onderdeel 4, van richtlijn 2009/73 of bij de middellijk of onmiddellijk aandeelhouder van die buitenlandse instelling, indien:

    1. ten minste 75 procent van de aandelen in de transmissiesysteembeheerder en de overwegende zeggenschap over de transmissiesysteembeheerder direct of indirect bij de staat blijft;

    2. de samenwerking tussen de transmissiesysteembeheerder en een buitenlandse instelling wordt bevorderd;

    3. er sprake is van een aandelenruil die de betrouwbaarheid, betaalbaarheid of duurzaamheid van het systeem ten goede komt; en

    4. de aandelen in de transmissiesysteembeheerder of de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waar die transmissiesysteembeheerder deel van uitmaakt, komen te berusten bij een instelling die de beheerder is van een systeem dat een directe verbinding heeft met het transmissiesysteem in Nederland of dat door middel van een interconnectorsysteem met een transmissiesysteem in Nederland is verbonden.

  2. Het voornemen de aandelen in de transmissiesysteembeheerder direct of indirect te laten berusten bij een buitenlandse instelling of bij de middellijk of onmiddellijk aandeelhouder van die buitenlandse instelling behoeft instemming van beide kamers der Staten-Generaal.

  3. Onze Minister van Financiën treedt niet eerder in onderhandeling dan dertig dagen nadat hij schriftelijk mededeling heeft gedaan aan de Staten-Generaal van het voornemen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.16

  1. Indien een transmissiesysteembeheerder voor gas deelneemt aan een gemeenschappelijke onderneming waaraan ook een verticaal geïntegreerde buitenlandse transmissiesysteembeheerder deelneemt, draagt de transmissiesysteembeheerder voor gas er zorg voor dat de gemeenschappelijke onderneming een nalevingsprogramma, met maatregelen die waarborgen dat discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uitgesloten is, opstelt en implementeert in de gemeenschappelijke onderneming.

  2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud van het nalevingsprogramma en de procedure van de totstandkoming van het nalevingsprogramma.

Artikel 3.17

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder verricht geen andere werkzaamheden dan die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen of van taken die Onze Minister aan hem heeft gemandateerd.

  2. In afwijking van het eerste lid mag een transmissie- of distributiesysteembeheerder:

    1. in opdracht van een andere systeembeheerder werkzaamheden uitvoeren ter uitvoering van de wettelijke taken of verplichtingen van die systeembeheerder; of

    2. indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun wettelijke taken of verplichtingen en indien dit een efficiënter beheer van de ondergrondse infrastructuur en vermindering van overlast voor de omgeving oplevert, samenwerken met rechtspersonen die werkzaamheden uitvoeren in de ondergrondse infrastructuur.

  3. Ingeval van uitbesteding van werkzaamheden behoudt de transmissie- of distributiesysteembeheerder de verantwoordelijkheid voor de onafhankelijke, volledige en juiste uitvoering van deze werkzaamheden.

Artikel 3.18

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:

    1. kunnen in het kader van het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van een veilig en betrouwbaar systeem, ter verzekering van de geheimhouding van gegevens, hulpmiddelen of materialen van beheerders van systemen of door beheerders van systemen met behulp van die gegevens, hulpmiddelen of materialen ingerichte werkmethoden of processen, worden aangewezen als essentieel in het kader van de bescherming van vitale processen voor de nationale veiligheid;

    2. kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omgang met gegevens, hulpmiddelen, materialen, processen of werkmethoden die krachtens onderdeel a zijn aangewezen;

    3. kunnen ter bescherming van de in onderdeel a beschreven belangen regels worden gesteld aan de betrouwbaarheid van toeleveranciers of de door hen te leveren goederen of diensten;

    4. kunnen ter bescherming van de in onderdeel a beschreven belangen regels worden gesteld aan het selectieproces van medewerkers die kennis hebben of krijgen van de krachtens onderdeel a aangewezen gegevens, hulpmiddelen, materialen, processen of werkmethoden.

  2. Het controlecentrum van een transmissiesysteembeheerder van waaruit de aansturing van de uitvoering van de wettelijke taken of verplichtingen plaatsvindt, is gevestigd in Nederland.

Artikel 3.19

  1. Een infrastructuurgroep verricht in hoofdzaak handelingen of activiteiten ter uitvoering van de taken of verplichtingen die zijn opgedragen aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder die deel uitmaakt van die groep.

  2. Een infrastructuurbedrijf beperkt zich in Nederland tot:

    1. ten aanzien van elektriciteit of gas handelingen of activiteiten die zijn gerelateerd aan het beheer van transmissie- of distributiesystemen en betrekking hebben op:

      1. het aanleggen, onderhouden en beheren van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen;

      2. het in opdracht van een derde aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van installaties of onderdelen van installaties;

      3. het schakelen van installaties, niet zijnde productie- of opslaginstallaties;

      4. het aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van meetinrichtingen en het leveren van meetdiensten;

      5. elektriciteits- of gasbeurzen;

    2. ten aanzien van waterstofgas, gas uit hernieuwbare bronnen, of andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bron dan gas, handelingen of activiteiten die betrekking hebben op:

      1. het aanleggen, onderhouden en beheren van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van waterstofgas, gas uit hernieuwbare bronnen en andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bron dan gas, het transport daarvan via die infrastructuur;

      2. het in opdracht van een derde aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van installaties of onderdelen van installaties;

      3. het aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van meetinrichtingen en het leveren van meetdiensten voor waterstofgas of andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bron dan gas;

      4. waterstofbeurzen;

    3. ten aanzien van warmte, koude, koolstofdioxide of stoom of condensaat, handelingen of activiteiten die betrekking hebben op:

      1. het aanleggen, onderhouden en beheren van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte, koude, koolstofdioxide of stoom of condensaat en het transport daarvan via die infrastructuur;

      2. het aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van meetinrichtingen en het leveren van meetdiensten voor warmte, koude, koolstofdioxide of stoom of condensaat;

    4. handelingen of activiteiten die bij of krachtens de Wet collectieve warmte zijn toegestaan aan een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van die wet bij de uitoefening van zijn bedrijf of die voortvloeien uit werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid, van de Wet collectieve warmte die worden verricht voor het aangewezen warmtebedrijf, met uitzondering van de levering of handel van elektriciteit, gas of waterstofgas, alsmede de productie van elektriciteit, gas of waterstofgas, anders dan voor zelfgebruik of het veiligstellen van de leveringszekerheid, en onder de voorwaarde dat het aangewezen warmtebedrijf en het infrastructuurbedrijf dat werkzaamheden verricht voor het aangewezen warmtebedrijf geen nevenactiviteiten verrichten;

    5. ten aanzien van drinkwater, handelingen en activiteiten die betrekking hebben op het aanleggen, onderhouden en beheren van drinkwaterinfrastructuur, met inachtneming van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Drinkwaterwet en uitsluitend in overeenstemming met en onder verantwoordelijkheid van een drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet;

    6. handelingen of activiteiten die betrekking hebben op het aanleggen, onderhouden en beheren van infrastructuur ten behoeve van telecommunicatie en het transport van data via die infrastructuur.

  3. Een infrastructuurbedrijf dat deel uitmaakt van een infrastructuurgroep waarvan een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit deel uitmaakt, mag handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot:

    1. het aanleggen, onderhouden en beheren van interconnectorsystemen en het transport via die interconnectorsystemen;

    2. garanties van oorsprong.

  4. Een infrastructuurbedrijf dat deel uitmaakt van een infrastructuurgroep waarvan een transmissiesysteembeheerder voor gas deel uitmaakt, mag handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot:

    1. het aanleggen, onderhouden en beheren van interconnectorsystemen en het transport via die interconnectorsystemen;

    2. het aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van LNG- en gasopslagsystemen;

    3. garanties van oorsprong;

    4. het, in aanvulling op het tweede lid, onderdeel c, deelnemen aan het aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van een geïntegreerde infrastructuur en faciliteiten voor transport en permanente opslag van koolstofdioxide dat door één juridische entiteit wordt aangestuurd;

    5. het aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van waterstofopslagfaciliteiten, waterstofterminals en andere infrastructuur voor de invoer, uitvoer, doorvoer, omzetting of overslag van waterstofgas of waterstofdragers;

    6. het, in aanvulling op het tweede lid, onderdeel c, aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van een CO2-terminal.

  5. Een infrastructuurbedrijf dat deel uitmaakt van een infrastructuurgroep waarvan een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit deel uitmaakt, mag handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot het aanleggen en beheren van antenne-opstelpunten ten behoeve van ethercommunicatie.

  6. Indien een infrastructuurbedrijf een productie-installatie voor elektriciteit, gas, waterstofgas, gas uit hernieuwbare bronnen of andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bronnen dan gas, of een elektriciteitsopslagfaciliteit ter beschikking stelt aan een derde als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2o, of het tweede lid, onderdeel b, onder 1ao, dan meldt hij dit aan de Autoriteit Consument en Markt en verstrekt daarbij de voor die terbeschikkingstelling geldende afspraken.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de procedure voor de melding, bedoeld in het zesde lid, of de informatie die daarbij moet worden verstrekt.

Artikel 3.20

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere aan energie-infrastructuur gerelateerde handelingen of activiteiten worden toegestaan die een infrastructuurbedrijf voor een bij of krachtens deze maatregel vast te stellen periode van maximaal tien jaar kan verrichten, indien deze handelingen of activiteiten niet zijn gelegen op het gebied van productie, levering of handel van energiedragers.

  2. Indien handelingen of activiteiten op grond van het eerste lid worden aangewezen, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld over de voortzetting of beëindiging van die handelingen of activiteiten.

Artikel 3.21

  1. Een infrastructuurbedrijf houdt, buiten de aandelen in een transmissie- of distributiesysteembeheerder, geen aandelen in een rechtspersoon die in Nederland andere activiteiten verricht dan de handelingen of activiteiten die op grond van artikel 3.19 of krachtens artikel 3.20 zijn toegestaan.

  2. Een infrastructuurbedrijf neemt, buiten de deelname in een transmissie- of distributiesysteembeheerder, niet deel aan een vennootschap die in Nederland andere activiteiten verricht dan de handelingen of activiteiten die op grond van artikel 3.19 of krachtens artikel 3.20 zijn toegestaan.

  3. Indien een infrastructuurbedrijf aandelen houdt in, of deelneemt aan een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet collectieve warmte:

    1. bevatten de statuten van het warmtebedrijf de bepaling dat de leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen geen statutaire bestuurder zijn van de transmissie- of distributiesysteembeheerder binnen de infrastructuurgroep waar het infrastructuurbedrijf deel van uitmaakt;

    2. neemt het infrastructuurbedrijf bij zijn handelen als aandeelhouder of deelnemer een evenwichtige afweging tussen de belangen van het warmtebedrijf en van de infrastructuurgroep in acht;

    3. is in geval het warmtebedrijf zelf geen deel uitmaakt van de infrastructuurgroep, het bepaalde bij of krachtens artikel 3.22 van overeenkomstige toepassing;

    4. stelt de transmissie- of distributiesysteembeheerder binnen de infrastructuurgroep geen zekerheid ten behoeve van het warmtebedrijf, noch maakt het zich op andere wijze sterk of verbindt het zich hoofdelijk of anderszins naast of voor het warmtebedrijf.

  4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een infrastructuurbedrijf dat werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid, van de Wet collectieve warmte verricht voor een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet collectieve warmte.

  5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het derde lid.

Artikel 3.22

  1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder bevoordeelt niet de infrastructuurbedrijven waarmee hij een infrastructuurgroep vormt boven andere ondernemingen en kent die bedrijven ook anderszins geen voordelen toe die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen handelingen worden aangemerkt als handelingen die voordelen genereren die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.

← terug naar Energiewet