1. De op het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepaling van deze wet aanhangige aanvragen tot en verzoeken om het nemen van besluiten op grond van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet en bezwaren tegen besluiten op grond van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet worden, met uitzondering van de besluiten en bezwaren tegen besluiten, bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, geacht met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanvragen, verzoeken en bezwaren te zijn op grond van deze wet.

  2. Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet worden afgehandeld overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet, zoals deze wetten luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van afdeling 5.4.