1. Als op grond van artikel 10g, tweede lid, van de Gaswet, zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.63, tweede lid, een melding is gedaan, wordt deze melding aangemerkt als een melding als bedoeld in artikel 2.63, tweede lid.

  2. Als op grond van artikel 10j, eerste lid, van de Gaswet, zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.64, eerste lid, een planning voor de buitenwerkingstelling is ingediend, wordt deze planning aangemerkt als een planning als bedoeld in artikel 2.64, eerste lid.

  3. Als op grond van artikel 10k, derde lid, van de Gaswet, zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.71, derde lid, een bindende gedragslijn is opgelegd, wordt deze bindende gedragslijn aangemerkt als een bindende gedragslijn als bedoeld in artikel 3.71, derde lid.

  4. Als op grond van artikel 10l, eerste, tweede of derde lid, van de Gaswet, zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.65 een ontheffing is opgelegd, worden deze ontheffingen aangemerkt als ontheffingen als bedoeld in artikel 2.65, eerste, tweede respectievelijk derde lid.

  5. Als op grond van artikel 10m, eerste lid, van de Gaswet, zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.14, eerste lid, een vergoeding is toegekend, worden deze vergoeding aangemerkt als vergoeding als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid.