1. Als op grond van artikel 16, vierde lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, een ontheffing is verleend, wordt deze ontheffing voor de duur daarvan aangemerkt als een ontheffing als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c.

  2. Als op grond van artikel 18h van de Gaswet zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.128 en 3.129 een ontheffing is verleend, wordt deze ontheffing:

    1. indien deze is verleend voor een interconnector voor gas, voor de duur daarvan aangemerkt als een ontheffing als bedoeld in artikel 3.128 met inbegrip van ontheffing van artikel 3.116;

    2. indien deze is verleend voor een gasopslaginstallatie of een LNG-installatie, voor de duur daarvan aangemerkt als een ontheffing als bedoeld in artikel 3.129.