1. Indien op basis van artikel 41, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.108, of op basis van artikel 81, eerste lid, of 82, tweede lid, van de Gaswet, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.108, een methodebesluit is vastgesteld waarvan de geldigheidsperiode nog niet is verstreken, wordt dit methodebesluit geacht te zijn vastgesteld op basis van artikel 3.108, eerste lid.

  2. Indien op basis van artikel 41a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.109, of op basis van artikel 81a, eerste lid, of 82, vierde lid, van de Gaswet, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.108, een besluit is vastgesteld waarvan de geldigheidsperiode nog niet is verstreken, wordt dit besluit geacht te zijn vastgesteld op basis van artikel 3.109, eerste lid.

  3. In de situaties, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt het tarievenbesluit, in afwijking van artikel 3.110, tweede lid, vastgesteld met inachtneming van artikel 41c van de Elektriciteitswet 1998, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.110, respectievelijk artikel 81c of 82, vijfde lid, van de Gaswet, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding van artikel 3.110.

  4. Indien op basis van artikel 42b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.118, een methodebesluit is vastgesteld, wordt dit methodebesluit geacht te zijn vastgesteld op basis van artikel 3.118, tweede lid.

  5. In de situatie, bedoeld in het vierde lid, wordt het besluit dat wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 3.110, in afwijking van dat artikel 3.118, tweede lid, vastgesteld met inachtneming van de relevante bepalingen bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding van artikel 3.118, voor het vaststellen van de totale toegestane of beoogde inkomsten voor een betreffend jaar.