1. Indien voor inwerkingtreding van deze wet door een systeembeheerder op verzoek een meetinrichting ter beschikking is gesteld aan een aangeslotene met een grote aansluiting, blijft de systeembeheerder deze meetinrichting op verzoek ter beschikking stellen en wordt deze meetinrichting op verzoek van de aangeslotene beheerd door de systeembeheerder.

  2. Indien voor inwerkingtreding van deze wet een aangeslotene met een aansluiting op het transmissiesysteem voor gas een meetinrichting beheert, kan de aangeslotene deze meetinrichting blijven beheren tot de aangeslotene de transmissiesysteembeheerder voor gas verzoekt om de situatie te beëindigen. De aangeslotene verleent daarbij de nodige medewerking.

  3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

    1. de installatie en het beheer van meetinrichtingen;

    2. het verzamelen, valideren en vaststellen van meetgegevens;

    3. de doorgifte van gegevens van de beheerde meetinrichtingen en meetgegevens aan een bij die ministeriële regeling te bepalen registerbeheerder.