1. Onze Minister stelt ten minste eens in de vijf jaar een Nationaal plan energiesysteem vast.

  2. Het Nationaal plan energiesysteem bevat de hoofdlijnen van het rijksbeleid, gericht op:

    1. de transitie naar een klimaatneutraal, robuust, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem in Nederland;

    2. het bevorderen van de strategische onafhankelijkheid van het aanbod van bronnen van energie, van dragers van energie en van grondstoffen buiten Nederland.

  3. Het Nationaal plan energiesysteem bevat in ieder geval:

    1. de beschrijving van sectorale transitiepaden naar klimaatneutraliteit en van ontwikkelpaden van de transitie van bronnen en dragers van energie met fossiele oorsprong naar hernieuwbare bronnen en dragers van energie en naar kernenergie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Kernenergiewet;

    2. een analyse van factoren die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling naar een klimaatneutraal energiesysteem of die daarbij meegewogen moeten worden;

    3. beleid ten aanzien van de nationale productie van energie, de infrastructuur voor energie, de aard, omvang en inzet van eventuele opslag of reserves voor verschillende energiedragers en de omzetting van energiedragers;

    4. beleid ten aanzien van de diversificatie van energiebronnen en ten aanzien van de diversificatie van de import van energiedragers;

    5. een beschrijving van de risico’s, gelet op de doelen, bedoeld in het tweede lid, en het beleid ten aanzien van de beheersing daarvan; en

    6. een overzicht van en visie op de beoogde resultaten van het in het tweede lid bedoelde rijksbeleid en de wijzen waarop die resultaten zullen worden nagestreefd.