1. Werken met een provinciaal belang waarvoor gedeputeerde staten in ieder geval een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet vaststellen, zijn de volgende projecten:

    1. de aanleg of uitbreiding van een windpark met een capaciteit van ten minste 15 MW maar minder dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van dat windpark op een systeem; en

    2. de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van zonne-energie met een capaciteit van ten minste 50 MW maar minder dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een systeem.

  2. In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar hun oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente daarmee instemmen.

  3. Gedeputeerde staten geven tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het tweede lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doen mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer.

  4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt ingetrokken.