1. Een beheerder van een gesloten systeem, met uitzondering van de beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, houdt een register bij waarin hij bij ministeriële regeling te bepalen gegevens opneemt die hij op grond van deze wet verzamelt of bewerkt over:

    1. aansluitingen, overdrachtspunten en allocatiepunten;

    2. aangeslotenen;

    3. installaties;

    4. transport;

    5. meetinrichtingen;

    6. metingen;

    7. onderwerpen, genoemd in artikel 3.79, onderdelen a tot en met c.

  2. In het geval een aangeslotene op een gesloten systeem niet behoort tot het bedrijf van de beheerder van het gesloten systeem en die beheerder niet aan die aangeslotene elektriciteit of gas levert, houdt een beheerder van een gesloten systeem een register bij waarin hij gegevens opneemt die hij op grond van deze wet ontvangt en bewerkt over:

    1. leveranciers, marktdeelnemers die aggregeren, balanceringsverantwoordelijken en meetverantwoordelijke partijen op een allocatiepunt;

    2. installaties;

    3. meetinrichtingen;

    4. metingen;

    5. de contractperiode en de opzegtermijn van een overeenkomst tussen een marktdeelnemer en een eindafnemer of een actieve afnemer.

  3. De beheerder van een gesloten systeem zijnde de beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, houdt een register bij waarin hij bij ministeriële regeling te bepalen gegevens opneemt die hij op grond van deze wet en Verordening (EU). 1301/2014 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem «energie» van het spoorwegsysteem in de Unie verzamelt of bewerkt over:

    1. aansluitingen, overdrachtspunten en allocatiepunten;

    2. aangeslotenen;

    3. metingen.

  4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de frequentie waarmee en de termijn waarbinnen een beheerder van een gesloten systeem gegevens verzamelt, bewerkt en opneemt in het register.

  5. Gegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel van gebruik.