1. Een partij als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, meldt onverwijld bij Onze Minister een inbreuk op de beveiliging van gegevens met aanzienlijke gevolgen voor:

    1. de toegang tot en uitwisseling van gegevens;

    2. de aangeslotene wiens gegevens het betreft.

  2. Een partij verstrekt Onze Minister op diens verzoek de informatie die nodig is om een gemelde inbreuk op de beveiliging van gegevens te beoordelen.

  3. Indien openbaarmaking in het algemeen belang is, kan Onze Minister een beveiligingsincident, bedoeld in het eerste lid, openbaar maken of de betreffende partij verplichten tot openbaarmaking.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de melding, informatieverstrekking aan Onze Minister en openbaarmaking.