1. Een partij die gegevens verzamelt, aanlevert, ontvangt, bewerkt of in een register heeft opgenomen, neemt passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen om de risico’s voor de beveiliging van die gegevens te beheersen.

  2. De maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een niveau van beveiliging dat is afgestemd op de risico’s die zich voordoen.

  3. Een partij als bedoeld in het eerste lid neemt passende maatregelen om incidenten die de beveiliging van gegevens bedreigen, te voorkomen en de gevolgen van dergelijke incidenten zo veel mogelijk te beperken.

  4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de maatregelen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.