1. De gegevensuitwisselingsentiteit treedt in overleg met de overige partijen die voor de processen, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet gegevens dienen te verzamelen, aanleveren, ontvangen, bewerken, verstrekken of uitwisselen, alsmede met anderen die een belang hebben bij de uitvoering van deze processen, ten einde tot afspraken te komen die nodig zijn voor een effectieve, efficiënte en betrouwbare elektronische uitwisseling van gegevens ten behoeve van voornoemde processen.

  2. De gegevensuitwisselingsentiteit draagt zorg voor een effectieve, transparante en niet-discriminerende ondersteuning bij de totstandkoming en invoering van de afspraken.

  3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste en tweede lid.