1. De gegevensuitwisselingsentiteit neemt bij het verlenen van toegang tot gegevens passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen ter identificatie, authenticatie en autorisatie:

    1. van degene aan wie hij toegang verleent; en

    2. van de betreffende aangeslotene, eindafnemer, actieve afnemer of invoeder indien de toegang tot gegevens aan een ander is gebaseerd op een verzoek van die aangeslotene, eindafnemer, actieve afnemer of invoeder.

  2. De maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een niveau van identificatie, authenticatie en autorisatie dat is afgestemd op de risico’s die zich voordoen.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de maatregelen.

  4. De gegevensuitwisselingsentiteit verwerkt bij het verlenen van toegang tot gegevens het burgerservicenummer voor zover dit noodzakelijk is voor de identificatie, authenticatie en autorisatie van de betreffende aangeslotene, eindafnemer, actieve afnemer of invoeder, zijnde een natuurlijk persoon.

  5. De gegevensuitwisselingsentiteit is bij de toepassing van het vierde lid bevoegd de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer te raadplegen.