1. De gegevensuitwisselingsentiteit geeft overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de artikelen 4.8 tot en met 4.11 toegang tot en faciliteert de uitwisseling van de gegevens, bedoeld in de artikelen 4.8 tot en met 4.12.

  2. De gegevensuitwisselingsentiteit handelt redelijk, transparant en niet-discriminerend en bevoordeelt een transmissie- of distributiesysteembeheerder niet boven andere partijen.

  3. De gegevensuitwisselingsentiteit biedt een of meerdere faciliteiten aan voor de toegang tot en de uitwisseling van gegevens, met toepassing van een elektronisch communicatiesysteem of een op basis van de afspraken, bedoeld in artikel 4.25, gekozen systeem.

  4. De gegevensuitwisselingsentiteit houdt voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, een register bij.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gegevens die worden opgenomen in het register.