1. Een registerbeheerder neemt passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen ter identificatie, authenticatie en autorisatie van degene die op grond van artikel 4.8 gegevens aanlevert.

  2. De maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een niveau van identificatie, authenticatie en autorisatie dat is afgestemd op de risico’s die zich voordoen.