1. Onverminderd artikel 4.2 gaat een registerbeheerder bij het ontvangen van gegevens de betrouwbaarheid en volledigheid daarvan na en past hij redelijke procedures voor correctie van gegevens door de partij van wie hij de gegevens heeft ontvangen toe.

  2. Bij het beheer van zijn register voert een registerbeheerder een steekproefsgewijze en periodieke controle uit op betrouwbaarheid en volledigheid van de gegevens en past procedures voor correctie van gegevens toe.

  3. Een procedure is redelijk, wanneer dit blijkt uit de aard, inhoud en wijze van totstandkoming daarvan.

  4. Een registerbeheerder bewaart de gegevens die in een register zijn opgenomen gedurende een bij ministeriële regeling gestelde termijn.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.