1. Een aangeslotene als bedoeld in artikel 3.86, eerste lid, onderdeel a, heeft recht op vergoeding van schade door de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, indien:

    1. deze transmissiesysteembeheerder het voor de ontsluiting van het windpark noodzakelijk deel van het transmissiesysteem op zee geheel of gedeeltelijk later oplevert dan in het ontwikkelkader, bedoeld in artikel 3.83, is opgenomen en de aangeslotene hierdoor geheel of gedeeltelijk geen elektriciteit kan laten transporteren;

    2. de hoeveelheid met het aangesloten windpark geproduceerde elektriciteit die in een kalenderjaar niet kan worden getransporteerd over het transmissiesysteem op zee groter is dan de hoeveelheid elektriciteit die niet kan worden getransporteerd wegens gemiddeld voor het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee redelijkerwijs noodzakelijk onderhoud en de aangeslotene hierdoor geheel of gedeeltelijk geen elektriciteit kan laten transporteren.

  2. De vergoeding van de schade bestaat uit gevolgschade en de schade ten gevolge van gederfde of uitgestelde inkomsten door het niet kunnen laten transporteren van met het aangesloten windpark geproduceerde elektriciteit, bedoeld in het eerste lid.

  3. Een aangeslotene als bedoeld in artikel 3.86, eerste lid, onderdeel a, draagt er zorg voor dat de schade zo veel mogelijk beperkt blijft.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het recht op schadevergoeding, bedoeld in het eerste lid, en de bestanddelen van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid.