1. De transmissiesysteembeheerder voor gas zendt binnen een maand na afloop van een gasjaar een rapportage aan Onze Minister over:

    1. de voortgang van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.70, in relatie tot de geldende planning;

    2. in hoeverre het onttrekken van laagcalorisch gas aan het transmissie- of distributiesysteem door een aangeslotene als bedoeld in artikel 2.62, eerste lid, via diens aansluiting is beëindigd.

  2. Onze Minister verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na ontvangst daarvan aan de Autoriteit Consument en Markt.

  3. De transmissiesysteembeheerder voor gas informeert de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na inwerkingtreding van dit artikel welke aangeslotenen in de gasjaren 2016/2017, 2017/2018 en 2018/2019 in ten minste twee van die gasjaren meer dan 100 miljoen m3(n) gas hebben onttrokken via diens aansluiting die verbonden is met dat deel van het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd, en verstrekt daarbij tevens informatie over de hoeveelheid gas dat per betrokken aansluiting in de hiervoor genoemde gasjaren is onttrokken.

  4. De transmissiesysteembeheerder voor gas verstrekt de Autoriteit Consument en Markt desgevraagd informatie over de hoeveelheid gas die een aangeslotene als bedoeld in het derde lid, via diens aansluiting heeft onttrokken aan dat deel van het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd.

  5. De transmissie- of distributiesysteembeheerders informeren de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na afloop van een gasjaar welke aangeslotenen in het voorgaande gasjaar meer dan 100 miljoen m3(n) gas hebben onttrokken aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd, of, voor zover van toepassing, dat geen enkele aangeslotene in dat gasjaar meer dan 100 miljoen m3(n) gas heeft onttrokken aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd.

  6. Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder in een gasjaar een aansluiting heeft gerealiseerd waarmee installaties van gas worden voorzien waarvan hij vermoedt dat die behoren tot eenzelfde onderneming of instelling, die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, en die al door hem van een aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd zijn voorzien, informeert hij de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na afloop van dat gasjaar over het realiseren van die aansluiting en de locatie daarvan. De transmissie- of distributiesysteembeheerder verstrekt daarbij tevens informatie over de betrokken aangeslotene of aangeslotenen en de hoeveelheid gas die in dat voorafgaande gasjaar door middel van elke afzonderlijke aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd, is onttrokken.

  7. Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder in een gasjaar op grond een aansluiting heeft gerealiseerd waarmee installaties van gas worden voorzien, waarvan hij vermoedt dat die behoren tot eenzelfde onderneming of instelling, die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, en al door een andere transmissie- of distributiesysteembeheerder van een aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd zijn voorzien, informeert hij die andere transmissie- of distributiesysteembeheerder en de Autoriteit Consument en Markt over dit vermoeden. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt verstrekken beide systeembeheerders de informatie, bedoeld in het zesde lid.