1. De Autoriteit Consument en Markt erkent op aanvraag van de eigenaar van een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit, of een distributiesysteem voor gas dat systeem als een gesloten systeem indien:

    1. er niet op grond van artikel 3.2, eerste lid, al een beheerder is aangewezen voor het systeem;

    2. de aanvrager geen onderdeel uitmaakt van een infrastructuurgroep;

    3. het bedrijfs- of productieproces van aangeslotenen op het systeem om specifieke technische of veiligheidsredenen geïntegreerd is met het systeem of het systeem primair elektriciteit of gas distribueert aan de eigenaar van het systeem of daarmee verwante ondernemingen;

    4. het systeem binnen een geografisch afgebakende industriële locatie, commerciële locatie of locatie met gedeelde diensten ligt en dat systeem technische, organisatorische of functionele bindingen heeft;

    5. op het systeem minder dan 1.000 aangeslotenen zijn;

    6. het systeem geen huishoudelijk eindafnemers voorziet, tenzij er sprake is van incidenteel gebruik door een klein aantal huishoudelijk eindafnemers dat werkzaam is bij of vergelijkbare betrekkingen heeft met de eigenaar van het gesloten systeem;

    7. de veiligheid en betrouwbaarheid van het systeem naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt voldoende is gewaarborgd; en

    8. indien het en transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit betreft, het spanningsniveau van dit systeem ten hoogste 220 kilovolt bedraagt, met uitzondering van leidingen of hulpmiddelen ten behoeve van de omzetting van het spanningsniveau van elektriciteit direct achter de aansluiting van het systeem op een transmissiesysteem voor elektriciteit.

  2. De Autoriteit Consument en Markt erkent op aanvraag een systeem dat zal worden aangelegd als een gesloten systeem, indien aan de aanvrager voor de aanleg van dat systeem de daarvoor benodigde vergunningen, ontheffingen en toestemmingen zijn verstrekt en is voldaan aan het eerste lid.