1. De transmissiesysteembeheerder voor gas heeft, in het belang van het planmatig beheer van voorkomens van gas, ter verzekering op lange termijn van een behoedzaam en rationeel gebruik van deze natuurlijke hulpbron tot taak zorg te dragen voor de inname en het transport van gas uit de gasvoorkomens in gebieden binnen Nederland en op het continentaal plat.

  2. Indien de transmissiesysteembeheerder voor gas ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak moet investeren in de aanleg of uitbreiding van het transmissiesysteem dan meldt hij dit voornemen aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de melding.

  3. Onze Minister besluit binnen 13 weken nadat de melding is gedaan, of een investering als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk is, gelet op het belang, bedoeld in het eerste lid. Indien Onze Minister besluit dat de investering niet noodzakelijk is, wordt de transmissiesysteembeheerder voor gas geacht te zijn ontheven van de in het eerste lid bedoelde taak voor dat voorkomen.

  4. De transmissiesysteembeheerder voor gas overlegt jaarlijks aan Onze Minister een overzicht, waarin ten aanzien van de eerstvolgende twintig jaar ramingen zijn opgenomen met betrekking tot de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder vermelding van daarbij gehanteerde vooronderstellingen en relevante onderscheiden.