1. Een transmissiesysteembeheerder voor gas biedt jaarlijks voor een bij ministeriële regeling te bepalen datum, na raadpleging van de representatieve organisaties van aangeslotenen aan Onze Minister een overzicht aan met daarin:

    1. de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas die in een gasjaar benodigd zijn om te voorzien in de gasvraag van eindafnemers;

    2. de capaciteit die in een gasjaar benodigd is om eindafnemers van zowel hoog- als laagcalorisch gas te voorzien en de middelen en methoden daarvoor beschikbaar zijn;

    3. de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas die gedurende het gasjaar moeten worden opgeslagen om de in onderdeel a bedoelde hoeveelheid gas op betrouwbare wijze te kunnen leveren en de in onderdeel b bedoelde capaciteit op betrouwbare wijze beschikbaar te hebben; en

    4. de vraagontwikkeling voor de komende vijf jaar naar hoog- en laagcalorisch gas.

  2. Het overzicht bevat ten minste een beschrijving van:

    1. de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas en de bijbehorende capaciteiten, benodigd om eindafnemers in de volgende gevallen van gas te voorzien:

      1. extreme temperaturen gedurende een zeven dagen durende piekperiode die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar;

      2. een periode van dertig dagen met een uitzonderlijk hoge gasvraag die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar; en

      3. een periode van dertig dagen in het geval van verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur onder gemiddelde winterse omstandigheden.

    2. de gewenste vulniveaus en de benodigde functionaliteiten van de gasopslaginstallaties voor respectievelijk hoog- en laagcalorisch gas;

    3. het verwachte planmatig onderhoud aan de installaties van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de daaruit voortvloeiende transportbeperkingen;

    4. de verwachte ontwikkeling in de samenstelling van het hoogcalorisch gas;

    5. de optimale inzet van andere middelen en methoden, waaronder:

      1. de beschikbare conversiecapaciteit per gasjaar om gas met een hogere energie-inhoud om te zetten naar gas met een lagere energie-inhoud;

      2. gasopslaginstallaties en LNG-installaties;

      3. de beschikbare capaciteit op de grenspunten;

      4. de verwachte productie van gas uit hernieuwbare energiebronnen; en

      5. de inzet van de reservemiddelen waarover de netbeheerder van het landelijk gastransportnet beschikt om gas met een hogere energie-inhoud om te zetten naar gas met een lagere energie-inhoud, in het geval van een dag met een uitzonderlijk hoge vraag naar gas die zich met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar voordoet.

    6. de verwachte vraag naar hoog- en laagcalorisch gas van verschillende categorieën eindafnemers.

  3. Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevat ten minste een beschrijving van:

    1. de verwachte vraag naar hoog- en laagcalorisch gas waarbij een onderscheid in vraag tussen verschillende categorieën eindafnemers wordt aangegeven;

    2. de verwachte vraag naar hoog- en laagcalorisch gas waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar verschillende temperatuurscenario’s; en

    3. de verwachte inzet van de middelen en methoden.

  4. Bij ministeriële regeling wordt de datum, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht.