Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt op verzoek van een aangeslotene op haar systeem, of van een aangeslotene op een gesloten systeem dat met haar systeem is verbonden, vast:
of diens installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare bronnen, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of uit andere bronnen dan wel of sprake is van een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling;
of de inrichting om te meten, die wordt gebruikt in de installatie geschikt is voor de meting van de hoeveelheid elektriciteit of gas die is geproduceerd; en
in geval van omzetting van energie in een andere vorm van energie, of de inrichting om te meten, die wordt gebruikt in de installatie geschikt is voor de meting van de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen of uit andere bronnen die is gebruikt voor de opwekking van de hoeveelheid, bedoeld in onderdeel b.