1. Een distributiesysteembeheerder verzamelt, valideert en stelt de meetgegevens vast van aangeslotenen met een kleine aansluiting voor elektriciteit of gas, die beschikken over een door een distributiesysteembeheerder op grond van artikel 3.51 geïnstalleerde meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit aan staat, indien dit noodzakelijk is voor:

    1. het uitvoeren van de verplichtingen van een marktdeelnemer of balanceringsverantwoordelijke op grond van hoofdstuk 2;

    2. het uitvoeren van taken of verplichtingen bij of krachtens hoofdstuk 3.

  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

    1. welke meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;

    2. de frequentie waarmee meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld, waarbij:

      1. de intervalfrequentie van verbruiks- invoedgegevens niet hoger is dan een kwartier; en

      2. verbruiks- en invoedgegevens ten hoogste één maal per dag worden verzameld;

    3. de wijze waarop meetgegevens worden verzameld;

    4. nauwkeurigheidseisen bij het verzamelen van meetgegevens;

    5. methoden voor het herleiden en berekenen van de hoeveelheid gas en de energie-inhoud van het gas;

    6. methoden voor het herleiden en berekenen ten behoeve van het valideren en vaststellen van meetgegevens.