1. Een systeembeheerder beschikt op of nabij het overdrachtspunt van een systeemkoppeling over een meetinrichting die voldoet aan de krachtens het tweede lid gestelde eisen.

  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen en functionaliteiten waaraan een meetinrichting of een onderdeel van een meetinrichting, bedoeld in het eerste lid, ten minste moet voldoen.