1. De transmissiesysteembeheerder voor gas stelt aan een aangeslotene op zijn systeem voor gas nabij het overdrachtspunt een meetinrichting beschikbaar, installeert deze en doet een aanbod om de meetinrichting in gebruik te geven en te beheren indien de aangeslotene:

    1. uitsluitend gas afneemt;

    2. een beheerder van een gesloten systeem voor gas is.

  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de installatie en het beheer van meetinrichtingen.