1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder doet op verzoek een aanbod om een aansluiting in werking te stellen, in gebruik te geven, te beheren en te onderhouden.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin een transmissie- of distributiesysteembeheerder:

    1. is gehouden een aansluiting buiten werking te stellen vanuit het belang van het goed functioneren van het stelsel van leveren, balanceren en meten; en

    2. is gehouden een aansluiting te verwijderen na beëindiging van de aansluitovereenkomst.

  3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

    1. de procedure die een transmissie- of distributiesysteembeheerder doorloopt voordat hij overgaat tot buitenwerkingstellen of verwijderen van een aansluiting;

    2. de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voorafgaand aan een buitenwerkingstelling of verwijdering aan een aangeslotene verstrekt.