1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas doet in het voor hem krachtens artikel 3.37, eerste lid, vastgestelde gebied op verzoek een aanbod tot:

    1. aanleg van een aansluiting op zijn systeem op een voor die aansluiting geschikt punt met een voor die aansluiting geschikt drukniveau; of

    2. wijziging van een aansluiting op zijn systeem, anders dan het omschakelen van die aansluiting.

  2. De transmissie- of distributiesysteembeheerder doet een aanbod als bedoeld in het eerste lid, binnen een redelijke termijn en realiseert de aansluiting binnen een redelijke termijn na aanvaarding van het aanbod.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing indien het verzoek ziet op:

    1. de aanleg van een kleine aansluiting voor het onttrekken van gas aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas ten behoeve van een te bouwen bouwwerk waarvan niet reeds op 1 juli 2018 een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was afgegeven of een bouwwerk dat na 1 januari 2015 zonder aansluiting op het distributiesysteem voor gas is gerealiseerd, tenzij een college van burgemeester en wethouders het gebied waarin dit bouwwerk wordt of is gebouwd heeft aangewezen als gebied waar aansluiting op het distributiesysteem voor gas strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang;

    2. een aansluiting voor het onttrekken van laagcalorisch gas aan het transmissie- of distributiesysteem voor gas ten behoeve van een installatie die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen heeft met en in de onmiddellijke nabijheid is gelegen van een installatie die als gevolg van het verbod in artikel 2.62, eerste lid, niet meer is aangesloten op dat deel van zijn systeem waarmee laagcalorisch gas wordt getransporteerd;

    3. de aanleg van een aansluiting voor het onttrekken van gas aan het transmissie- of distributiesysteem in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen situaties waarin een transmissie- of distributiesysteem voor gas niet op economische voorwaarden kan worden ontwikkeld, beheerd en onderhouden.

  4. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas kan het doen van een aanbod als bedoeld in het eerste lid weigeren indien er voor de verzochte aansluiting op grond van objectieve en technische criteria aantoonbaar onvoldoende capaciteit beschikbaar is, tenzij de verzoeker een producent is van gas uit hernieuwbare bronnen en het op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen criteria economisch verantwoord is om de capaciteit uit te breiden voor de verzochte aansluiting.

  5. Met het oog op de uitvoering van het vierde lid, wordt in de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, in ieder geval opgenomen:

    1. de wijze waarop een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt en onderbouwt dat voor de verzochte aansluiting onvoldoende capaciteit beschikbaar is en de informatie die hij daarover aan de verzoeker verschaft;

    2. de informatie die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas aan de verzoeker verschaft over de maatregelen die hij neemt om de capaciteit uit te breiden om een aanbod op het verzoek te kunnen doen.