1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:

    1. de termijn waarvoor het investeringsplan geldt;

    2. de nadere inhoud en het aggregatieniveau van een investeringsplan;

    3. de procedure waarlangs een investeringsplan tot stand komt;

    4. de wijze waarop de noodzaak van investeringen wordt beschreven en onderbouwd;

    5. de wijze waarop de uitvoering van de investeringen wordt beschreven en onderbouwd;

    6. de wijze waarop de volgorde van de uitvoering van de noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen wordt bepaald, daarbij rekening houdend met het maatschappelijk belang van de investeringen;

    7. het tijdstip en de frequentie waarmee een investeringsplan dan wel onderdelen daarvan, wordt opgesteld dan wel aangepast;

    8. de wijze waarop en bij wie een ontwerpinvesteringsplan wordt geconsulteerd;

    9. de wijze waarop bekendheid wordt gegeven aan een investeringsplan;

    10. de procedure waarlangs en de wijze waarop het ontwerpinvesteringsplan door de Autoriteit Consument en Markt wordt getoetst.

  2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval verschillen voor verschillende systemen, verschillende delen van systemen met een verschillend spannings- of drukniveau en verschillende systeembeheerders.