1. Onze Minister wijst een aanvraag van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, de onderdelen a tot en met g, af als die rechtspersoon niet krachtens artikel 3.4 is gecertificeerd.

  2. Onze Minister kan een aanvraag van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdelen a, c, e of f, afwijzen of voorschriften verbinden aan de aanwijzing indien:

    1. de rechtspersoon niet voldoet aan de bij of krachtens paragraaf 3.2.1 gestelde voorschriften inzake inrichting van de rechtspersoon of de infrastructuurgroep waartoe die rechtspersoon behoort niet voldoet aan de bij of krachtens paragraaf 3.2.2 gestelde voorschriften inzake de infrastructuurgroep en de infrastructuurbedrijven; of

    2. de rechtspersoon redelijkerwijs niet in staat moet worden geacht de taken of verplichtingen gesteld bij of krachtens de afdelingen 3.3 en 3.4 uit te voeren.

  3. Onze Minister kan een aanvraag van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel b of d, afwijzen of voorschriften verbinden aan de aanwijzing indien:

    1. de rechtspersoon niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 3.90 geldende bepalingen inzake de inrichting van de rechtspersoon; of

    2. de rechtspersoon redelijkerwijs niet in staat moet worden geacht de taken of verplichtingen gesteld bij of krachtens paragraaf 3.5.2 uit te voeren.

  4. Onze Minister kan een aanvraag van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel g, afwijzen of voorschriften verbinden aan de aanwijzing indien:

    1. de rechtspersoon niet voldoet aan de krachtens artikel 3.85 geldende bepalingen inzake inrichting van de rechtspersoon of de infrastructuurgroep waartoe de rechtspersoon behoort niet voldoet aan de krachtens dat artikel geldende bepalingen inzake de infrastructuurgroep; of

    2. de rechtspersoon redelijkerwijs niet in staat moet worden geacht de taken of verplichtingen gesteld bij of krachtens paragraaf 3.5.1 uit te voeren.

  5. Onze Minister kan een aanvraag van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel h, afwijzen of voorschriften verbinden aan de aanwijzing indien de rechtspersoon redelijkerwijs niet in staat moet worden geacht de taken of verplichtingen gesteld bij of krachtens paragraaf 3.5.3 uit te voeren.

  6. Onze Minister kan een aanvraag van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel i, afwijzen of voorschriften verbinden aan de aanwijzing indien de rechtspersoon redelijkerwijs niet in staat moet worden geacht de taken of verplichtingen gesteld bij of krachtens paragraaf 3.5.4 uit te voeren.

  7. Als Onze Minister krachtens het tweede tot en met zesde lid, voorschriften verbindt aan de aanwijzing, strekken deze ertoe geconstateerde tekortkomingen, bedoeld in die leden, zo veel mogelijk weg te nemen.