1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit verplaatst op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten bovengrondse delen van systemen die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 50 kilovolt of hoger of vervangt deze door ondergrondse delen indien deze door Onze Minister zijn aangewezen.

  2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

  3. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit onderzoekt op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten de technische haalbaarheid, de ruimtelijke aspecten en de investeringskosten van het verplaatsen of vervangen van een deel van het systeem dat op grond van het eerste lid is aangewezen.

  4. Onze Minister kan op aanvraag van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit ontheffing verlenen van de verplichting op grond van het eerste lid voor een in die ontheffing aangewezen deel van het systeem, indien het vervangen of verplaatsen van dat deel technisch of ruimtelijk niet haalbaar is of strijdig is met het belang van leveringszekerheid.

  5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

    1. de kenmerken van de systeemonderdelen die kunnen worden aangewezen;

    2. de voorwaarden voor vervanging of verplaatsing;

    3. de procedure voor de aanwijzing;

    4. het deel van de kosten die een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit maakt voor de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid dat wordt betaald door de verzoeker en de bestanddelen waaruit die kosten bestaan;

    5. de volgorde waarin het verplaatsen of vervangen plaatsvindt;

    6. de procedure voor de aanvraag van een ontheffing als bedoeld in het vierde lid.