1. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 2019/943, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit aan transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit zijn opgedragen.

  2. Een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit stelt op zijn systeem beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit ter beschikking.

  3. De transmissiesysteembeheerder voor gas die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel c, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 715/2009, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van gas, aan transmissiesysteembeheerders voor gas zijn opgedragen.

  4. Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel e, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 2019/943, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit aan distributiesysteembeheerders voor elektriciteit zijn opgedragen.

  5. Een distributiesysteembeheerder voor gas die krachtens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel f, is aangewezen, is uit dien hoofde belast met de taken en verplichtingen die bij of krachtens verordening 715/2009, of andere bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van gas aan distributiesysteembeheerders voor gas zijn opgedragen.

  6. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen op het gebied van elektriciteit of gas, taken of verplichtingen aan een transmissie- of distributiesysteembeheerder worden opgedragen.