1. Een infrastructuurgroep verricht in hoofdzaak handelingen of activiteiten ter uitvoering van de taken of verplichtingen die zijn opgedragen aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder die deel uitmaakt van die groep.

  2. Een infrastructuurbedrijf beperkt zich in Nederland tot:

    1. ten aanzien van elektriciteit of gas handelingen of activiteiten die zijn gerelateerd aan het beheer van transmissie- of distributiesystemen en betrekking hebben op:

      1. het aanleggen, onderhouden en beheren van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen;

      2. het in opdracht van een derde aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van installaties of onderdelen van installaties;

      3. het schakelen van installaties, niet zijnde productie- of opslaginstallaties;

      4. het aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van meetinrichtingen en het leveren van meetdiensten;

      5. elektriciteits- of gasbeurzen;

    2. ten aanzien van waterstofgas, gas uit hernieuwbare bronnen, of andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bron dan gas, handelingen of activiteiten die betrekking hebben op:

      1. het aanleggen, onderhouden en beheren van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van waterstofgas, gas uit hernieuwbare bronnen en andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bron dan gas, het transport daarvan via die infrastructuur;

      2. het in opdracht van een derde aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van installaties of onderdelen van installaties;

      3. het aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van meetinrichtingen en het leveren van meetdiensten voor waterstofgas of andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bron dan gas;

      4. waterstofbeurzen;

    3. ten aanzien van warmte, koude, koolstofdioxide of stoom of condensaat, handelingen of activiteiten die betrekking hebben op:

      1. het aanleggen, onderhouden en beheren van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte, koude, koolstofdioxide of stoom of condensaat en het transport daarvan via die infrastructuur;

      2. het aanleggen, onderhouden en ter beschikking stellen van meetinrichtingen en het leveren van meetdiensten voor warmte, koude, koolstofdioxide of stoom of condensaat;

    4. handelingen of activiteiten die bij of krachtens de Wet collectieve warmte zijn toegestaan aan een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van die wet bij de uitoefening van zijn bedrijf of die voortvloeien uit werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid, van de Wet collectieve warmte die worden verricht voor het aangewezen warmtebedrijf, met uitzondering van de levering of handel van elektriciteit, gas of waterstofgas, alsmede de productie van elektriciteit, gas of waterstofgas, anders dan voor zelfgebruik of het veiligstellen van de leveringszekerheid, en onder de voorwaarde dat het aangewezen warmtebedrijf en het infrastructuurbedrijf dat werkzaamheden verricht voor het aangewezen warmtebedrijf geen nevenactiviteiten verrichten;

    5. ten aanzien van drinkwater, handelingen en activiteiten die betrekking hebben op het aanleggen, onderhouden en beheren van drinkwaterinfrastructuur, met inachtneming van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Drinkwaterwet en uitsluitend in overeenstemming met en onder verantwoordelijkheid van een drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet;

    6. handelingen of activiteiten die betrekking hebben op het aanleggen, onderhouden en beheren van infrastructuur ten behoeve van telecommunicatie en het transport van data via die infrastructuur.

  3. Een infrastructuurbedrijf dat deel uitmaakt van een infrastructuurgroep waarvan een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit deel uitmaakt, mag handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot:

    1. het aanleggen, onderhouden en beheren van interconnectorsystemen en het transport via die interconnectorsystemen;

    2. garanties van oorsprong.

  4. Een infrastructuurbedrijf dat deel uitmaakt van een infrastructuurgroep waarvan een transmissiesysteembeheerder voor gas deel uitmaakt, mag handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot:

    1. het aanleggen, onderhouden en beheren van interconnectorsystemen en het transport via die interconnectorsystemen;

    2. het aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van LNG- en gasopslagsystemen;

    3. garanties van oorsprong;

    4. het, in aanvulling op het tweede lid, onderdeel c, deelnemen aan het aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van een geïntegreerde infrastructuur en faciliteiten voor transport en permanente opslag van koolstofdioxide dat door één juridische entiteit wordt aangestuurd;

    5. het aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van waterstofopslagfaciliteiten, waterstofterminals en andere infrastructuur voor de invoer, uitvoer, doorvoer, omzetting of overslag van waterstofgas of waterstofdragers;

    6. het, in aanvulling op het tweede lid, onderdeel c, aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van een CO2-terminal.

  5. Een infrastructuurbedrijf dat deel uitmaakt van een infrastructuurgroep waarvan een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit deel uitmaakt, mag handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot het aanleggen en beheren van antenne-opstelpunten ten behoeve van ethercommunicatie.

  6. Indien een infrastructuurbedrijf een productie-installatie voor elektriciteit, gas, waterstofgas, gas uit hernieuwbare bronnen of andere gasvormige stoffen uit hernieuwbare bronnen dan gas, of een elektriciteitsopslagfaciliteit ter beschikking stelt aan een derde als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2o, of het tweede lid, onderdeel b, onder 1ao, dan meldt hij dit aan de Autoriteit Consument en Markt en verstrekt daarbij de voor die terbeschikkingstelling geldende afspraken.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de procedure voor de melding, bedoeld in het zesde lid, of de informatie die daarbij moet worden verstrekt.