1. Onze Minister kan voor een nieuw LNG-systeem of gasopslagsysteem op verzoek een ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.94, eerste en vierde lid, 3.100, eerste en vierde lid, 3.103, 3.115, 3.122, tweede lid, voor een in de ontheffing bepaalde periode, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    1. de aanleg van het LNG-systeem of het gasopslagsysteem versterkt de mededinging bij de levering van gas en de leveringszekerheid;

    2. het risico van de investering nodig voor de aanleg van het LNG-systeem of het gasopslagsysteem is zo groot dat de aanleg niet zal plaatsvinden als geen ontheffing wordt verleend;

    3. de eigendom van het LNG-systeem of het gasopslagsysteem berust bij een ander dan de beheerder van het transmissiesysteem voor gas waarop het nieuwe LNG-systeem of opslagsysteem zal worden aangesloten;

    4. de gebruikers van het LNG-systeem of het gasopslagsysteem wordt een tarief in rekening gebracht; en

    5. de ontheffing belemmert niet de mededinging op of de doelmatige werking van de interne gasmarkt of de doelmatige werking van het transmissiesysteem voor gas waarop het nieuwe LNG-systeem of gasopslagsysteem wordt aangesloten.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanmerkelijke uitbreidingen van de capaciteit van een bestaand LNG-systeem of opslagsysteem en op een wijziging van een bestaand LNG-systeem of opslagsysteem die de ontwikkeling van nieuwe bronnen van gasvoorziening bevorderen.

  3. De ontheffing kan betrekking hebben op het gehele nieuwe systeem onderscheidenlijk de aanmerkelijke uitbreiding of wijziging van een bestaand systeem dan wel op gedeelten daarvan.