1. Onze Minister kan voor een nieuw interconnectorsysteem voor gas op verzoek ontheffing verlenen van de artikelen 3.1, eerste lid, onderdeel a, en 3.2, eerste lid, onderdeel d, voor wat betreft het vereiste dat het interconnectorsysteem direct of indirect in eigendom moet zijn van de rechtspersoon die aanwijzing verzoekt, artikel 3.90, eerste lid, ten aanzien van het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 3.10, artikel 3.90, derde lid, ten aanzien van het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 3.47, eerste lid, en artikel 3.122, eerste lid, voor een in de ontheffing te bepalen periode, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    1. de aanleg van het interconnectorsysteem versterkt de mededinging bij de levering van gas en de leveringszekerheid;

    2. het risico van de investering nodig voor de aanleg van het interconnectorsysteem is zo groot dat de aanleg niet zal plaatsvinden als geen ontheffing wordt verleend;

    3. de eigendom van het interconnectorsysteem berust bij een ander dan de beheerder van het transmissiesysteem voor gas waarop de nieuw interconnectorsysteem zal worden aangesloten,

    4. de gebruikers van het interconnectorsysteem wordt een tarief in rekening gebracht; en

    5. de ontheffing belemmert niet de mededinging op of de doelmatige werking van de interne gasmarkt of de doelmatige werking van het transmissiesysteem voor gas waarop de nieuw interconnectorsysteem wordt aangesloten.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanmerkelijke uitbreidingen van de capaciteit van bestaande interconnectorsystemen en op wijzigingen van de interconnectorsystemen die de ontwikkeling van nieuwe bronnen van gasvoorziening bevorderen.