1. Elke transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit en, voor zover relevant, de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, en elke transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas draagt zorg voor de totstandkoming van een gezamenlijk voorstel voor of aanvulling of wijziging van methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119, en het ter goedkeuring voorleggen daarvan aan de Autoriteit Consument en Markt.

  2. Bij de totstandkoming van het voorstel voeren de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit, voor zover relevant met de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, of de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor gas, in ieder geval overleg met de ten aanzien van het voorstel relevante representatieve organisaties van aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken in een transparant en participatief proces en verwerkt de resultaten hiervan in het voorstel.

  3. Indien de Autoriteit Consument en Markt dat noodzakelijk acht kan zij:

    1. de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit, in voorkomend geval met de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, of de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor gas, opdragen een gezamenlijk voorstel als bedoeld in het eerste lid op te stellen;

    2. uit eigen beweging een ontwerp voor of aanvulling of wijziging van methoden of voorwaarden opstellen, waarbij de Autoriteit Consument en Markt de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit en, voor zover relevant, de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, of de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor gas, alsmede representatieve organisaties van aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken betrekt in een transparant en participatief proces.

  4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:

    1. de procedure voor de totstandkoming van een voorstel als bedoeld in het eerste of derde lid;

    2. de inhoud en onderbouwing van een voorstel als bedoeld in het eerste of derde lid.