1. De Autoriteit Consument en Markt stelt voor iedere transmissie- of distributiesysteembeheerder, op basis van een daartoe strekkend voorstel van de transmissie- of distributiesysteembeheerder, jaarlijks de tarieven, bedoeld in artikel 3.107, eerste lid, vast met inachtneming van de nadere regels over algemene tariefbeginselen, bedoeld in artikel 3.107, derde lid.

  2. De Autoriteit Consument en Markt stelt ten behoeve van de vaststelling van de tarieven de totale toegestane of beoogde inkomsten voor de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor dat jaar vast en betrekt daarbij:

    1. de op grond van het inkomstenbesluit vastgestelde toegestane of beoogde inkomsten voor dat jaar;

    2. de rekenvolumes, indien het methodebesluit bepaalt dat deze bij de jaarlijkse vaststelling van de tarieven worden vastgesteld.

  3. Ten behoeve van de vaststelling van de totale toegestane of beoogde inkomsten, bedoeld in het tweede lid, overweegt de Autoriteit Consument en Markt of het passend is om daarbij tevens te betrekken:

    1. de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex;

    2. de voor dat jaar geschatte kosten voor de uitvoering van taken of verplichtingen als bedoeld in artikel 3.106, eerste lid, aanhef en onderdeel a, waarmee geen rekening is gehouden bij de vaststelling van het methodebesluit, voor zover deze kosten efficiënt zijn;

    3. de voorafgaand aan dat jaar gemaakte kosten voor de uitvoering van de taak bedoeld in artikel 3.27, of een verplichting krachtens artikel 3.8, derde lid, onderdeel b, waarmee geen rekening is gehouden in het methodebesluit, voor zover deze kosten efficiënt zijn;

    4. de voor dat jaar geschatte vermogenskosten voor investeringen die nog niet in gebruik zijn genomen en waarvoor gelet op artikel 6.1 een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet is vastgesteld door Onze Minister, voor zover deze kosten efficiënt zijn;

    5. de voor dat jaar geschatte kosten voor investeringen die in dat jaar in gebruik zijn of worden genomen en waarvoor gelet op artikel 6.1 een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet is genomen, voor zover deze kosten efficiënt zijn.

  4. De Autoriteit Consument en Markt betrekt bij het vaststellen van de tarieven correcties met betrekking tot:

    1. tarieven uit voorgaande jaren die zijn gewijzigd bij rechterlijke uitspraak of door herziening van een besluit door de Autoriteit Consument en Markt;

    2. tarieven uit voorgaande jaren die zijn vastgesteld met inachtneming van een methodebesluit of inkomstenbesluit dat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vernietigd of bij onherroepelijk besluit van de Autoriteit Consument en Markt is herzien, op basis van een herziene vaststelling van deze tarieven met inachtneming van die rechterlijke uitspraak of dat besluit en het verdisconteren van het verschil.

  5. De Autoriteit Consument en Markt kan bij het vaststellen van de totale toegestane of beoogde inkomsten, bedoeld in het tweede lid, of de tarieven correcties betrekken voor:

    1. verschillen tussen vastgestelde rekenvolumes en gerealiseerde volumes;

    2. verschillen tussen vastgestelde toegestane of beoogde inkomsten en gerealiseerde inkomsten;

    3. toegestane of beoogde inkomsten of tarieven die:

      1. zijn of worden vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de Autoriteit Consument en Markt, bij beschikking over juiste of volledige gegevens, andere tarieven zou hebben vastgesteld;

      2. zijn of worden vastgesteld met gebruikmaking van geschatte gegevens en de feitelijke gegevens daarvan afwijken;

      3. zijn of worden vastgesteld met gebruikmaking van gegevens omtrent kosten voor wettelijke taken of verplichtingen, die de systeembeheerder niet heeft uitgevoerd of waarvoor de systeembeheerder geen of minder kosten heeft gemaakt.

  6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

    1. het indienen van een voorstel voor de tarieven door de transmissie- of distributiesysteembeheerder als bedoeld in het eerste lid;

    2. de procedure en wijze van besluitvorming door de Autoriteit Consument en Markt bij ontbreken van een voorstel van de transmissie- of distributiesysteembeheerder als bedoeld in eerste lid.