1. De aangeslotene die ingevolge artikel 2.63, tweede lid, de transmissiesysteembeheerder voor gas heeft gemeld dat diens aansluiting buiten werking gesteld dient te worden, informeert de transmissiesysteembeheerder en Onze Minister over de planning van de buitenwerkingstelling, voorzien van een onderbouwing van de benodigde tijd voor de onderscheiden activiteiten die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn om afgesloten te kunnen worden van het transmissie- of distributiesysteem voor gas en, voor zover aan de orde, over te kunnen stappen naar een alternatieve energiebron.

  2. Indien de planning naar het oordeel van de aangeslotene als gevolg van gewijzigde omstandigheden aanpassing behoeft, informeert de eindafnemer de transmissiesysteembeheerder voor gas en Onze Minister zo spoedig mogelijk over de aangepaste planning. De aangepaste planning wordt voorzien van een onderbouwing van elke afwijking ten opzichte van de eerder ingediende planning.