1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het voor een partij, uitgezonderd de distributiesysteembeheerder of meetverantwoordelijke partij, in bij die maatregel te bepalen situaties en op daarbij te bepalen plaatsen, verboden is zonder erkenning van de Autoriteit Consument en Markt meetinrichtingen als bedoeld in artikel 2.46, tweede lid, te installeren en te beheren en daar te meten.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen onderdelen van deze wet met betrekking tot een meetverantwoordelijke partij van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de partij, bedoeld in het eerste lid, en kunnen ook overigens regels worden gesteld over de aanvraag, vereisten, wijziging, intrekking en overdracht van de erkenning, bedoeld in het eerste lid.