1. Een aangeslotene met een grote aansluiting op het transmissiesysteem voor gas die uitsluitend gas invoedt of die een gasopslagbeheerder is:

    1. installeert en beheert op of nabij ieder overdrachtspunt een meetinrichting;

    2. verzamelt en valideert meetgegevens en stelt deze per geïnstalleerde meetinrichting vast; en

    3. geeft overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8, vijfde lid, gegevens van de door hem beheerde meetinrichtingen door.

  2. Bij ministeriële regeling worden ten aanzien van de verplichtingen, genoemd in het eerste lid regels gesteld over:

    1. het installeren en beheren van meetinrichtingen;

    2. het soort meetgegevens dat wordt verzameld, gevalideerd of vastgesteld;

    3. de frequentie waarmee meetgegevens worden verzameld, gevalideerd of vastgesteld;

    4. de wijze waarop meetgegevens worden verzameld;

    5. de nauwkeurigheidseisen voor het verzamelen van meetgegevens;

    6. de methoden voor het herleiden en berekenen van de hoeveelheid gas en de energie-inhoud van het gas;

    7. de methoden voor het herleiden en berekenen ten behoeve van het valideren en vaststellen van meetgegevens.