1. De Autoriteit Consument en Markt kan een erkenning als bedoeld in artikel 2.50, vierde lid, wijzigen of intrekken indien:

    1. de houder van de erkenning niet langer voldoet aan één of meer verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 2.48 of 2.50, tweede lid, onderdeel a, afdeling 4.1 en de artikelen 4.7 en 4.11;

    2. de houder van de erkenning dit verzoekt;

    3. de houder van de erkenning de in de erkenning opgenomen voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;

    4. de houder van de erkenning bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

    5. de houder van de erkenning om andere redenen niet langer in staat moet worden geacht de erkende activiteit of in de erkenning opgenomen voorschriften na te komen.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de tijdelijke voorzieningen en de procedure bij intrekking van de erkenning.