1. Een aangeslotene met een kleine aansluiting verleent de distributiesysteembeheerder de nodige medewerking aan de uitvoering van de taken, genoemd in de artikelen 3.51 en 3.53, tweede lid, tweede volzin.

  2. Een aangeslotene met een grote aansluiting, niet zijnde een aangeslotene als bedoeld in het derde of vierde lid of een beheerder van een gesloten systeem voor gas, draagt er zorg voor dat op zijn aansluiting een meetverantwoordelijke partij actief is.

  3. Een aangeslotene met een grote aansluiting op het transmissiesysteem voor gas die uitsluitend gas onttrekt, verleent de transmissiesysteembeheerder voor gas de nodige medewerking aan de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 3.54.

  4. Een aangeslotene met een grote aansluiting op het transmissiesysteem voor gas die uitsluitend gas invoedt of die een gasopslagbeheerder is, voert de meetactiviteiten uit overeenkomstig artikel 2.55.