1. Een aangeslotene beschikt op of nabij ieder overdrachtspunt over een geïnstalleerde meetinrichting die voldoet aan de krachtens het derde lid gestelde eisen, tenzij:

    1. de aangeslotene beschikt over een onbemeten aansluiting die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;

    2. de aangeslotene een onderneming is als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, met een aansluiting op een gesloten systeem van de beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet;

    3. de aangeslotene behoort tot het bedrijf van de beheerder van een gesloten systeem en de beheerder van het gesloten systeem elektriciteit of gas aan deze aangeslotene levert.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:

    1. situaties waarin een aangeslotene tevens beschikt over een geïnstalleerde meetinrichting op een andere plaats dan op of nabij een overdrachtspunt, waarbij kan worden bepaald dat die andere plaats wordt aangemerkt als een additioneel allocatiepunt;

    2. welke partij bij aangeslotenen met een kleine aansluiting in die situatie de meetinrichting installeert en beheert;

    3. welke partij bij aangeslotenen met een kleine aansluiting in die situatie de meetgegevens verzamelt, valideert en vaststelt;

    4. welke partij de invoeding, de onttrekking of het verbruik van elektriciteit of gas vaststelt bij een onbemeten aansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de wijze waarop deze partij die gegevens vaststelt.

  3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen en functionaliteiten waaraan een meetinrichting of een onderdeel van een meetinrichting ten minste moet voldoen. Deze regels kunnen in ieder geval verschillen:

    1. voor verschillende categorieën aansluitingen;

    2. voor verschillende categorieën aangeslotenen;

    3. voor verschillende categorieën meetinrichtingen;

    4. voor verschillende overdrachtspunten;

    5. voor verschillende allocatiepunten;

    6. naar plaats van de meetinrichting, al dan niet op of nabij een overdrachtspunt of additioneel allocatiepunt;

    7. naar type activiteit;

    8. naar functionaliteit;

    9. naar hetgeen op grond van de artikelen 2.48, 2.54, 2.55, 3.57, 3.58, 3.59 en 3.60 gemeten moet worden.