1. Bij de toepassing van de regels gesteld bij of krachtens deze wet is het uitgangspunt dat energiearmoede wordt tegengegaan.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur geeft Onze Minister een definitie van energiearmoede.

  3. Jaarlijks wordt gelijktijdig met de klimaat- en energieverkenning als bedoeld in artikel 6 van de Klimaatwet door een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen instanties een monitor uitgevoerd van de mate van energiearmoede in de samenleving, wie het betreft en wat de ontwikkelingen zijn met betrekking tot het terugdringen van energiearmoede.